Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 2

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 3
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Jammer

 

Ze had een open been en kon niet erg best uit de voeten. Het was een handicap, die haar actieradius beperkte tot 'de bakker op de hoek' en 'de slager aan de overkant'.
Haar wereldje was dus zeer klein. Haar enige uitkijkposten op die andere, grotere wereld waren de televisie, de buurtroddel en haar man.
De televisie had haar hart gestolen en de buurtroddel kon haar niet meer missen. Ze vormde er het middelpunt van. Ze had daartoe bij haar raam aan de straat een zitinstallatie aangebracht, bestaande uit een groot model armstoel, omringd door krukjes van diverse hoogten en kussens van uiteenlopend formaat, waarop ze haar zieke been koesterde.
Haar raam stond altijd open en iedere voorbijkomende buurtgenoot was een welkome informatiebron. Zij bedreef een soort vrije nieuwsgaring en de wisselvalligheden van het buurtleven gaf ze gratis door aan iedereen die daarvoor een open oor had. En dat waren er velen.
Zij was volkomen op de hoogte van het doen en laten van ieder die binnen haar gezichtskring kwam. Zo kon zij bijvoorbeeld feilloos vertellen welke gerechten in de diverse compartimenten van de omringende woonpakhuizen werden opgediend en ook van de grote en kleine schandaaltjes, die zich onvermijdelijk in een leefgemeenschap voordoen, wist zij elk detail.
Wanneer een bepaald tijdperk eens wat arm was aan voor de distributie geschikte roddels, verzon zij eenvoudig een paar pikante bijzonderheden.
Dat de valse berichtgeving in diverse gezinnen nogal wat deining veroorzaakte besefte zij wel, maar zij beschouwde die paar kleine ongemakken als een geringe bijdrage van de buurt in de leniging van haar leed, veroorzaakt door dat open been, dat haar toch al zoveel beperkingen oplegde.
Haar man was een goed geconserveerde vijftiger met charmant grijs haar aan de slapen en een bruisende vitaliteit. Dat grijs had hij nog niet, maar die niet te stuiten levensdrift wél, toen ze met hem, zo'n goede vijfentwintig jaar geleden, vol verwachting het huwelijksavontuur begon.
Het levenstempo van haar man lag echter bijzonder hoog. In het begin had zij getracht dit tempo bij te houden, maar zij was allengs wat achterop geraakt en had tenslotte als excuus een muur van kwaaltjes om zich heen getrokken.
Het was een bastion van hoofdpijnen, stekende scheuten in de rug en ondefinieerbare klachten over een labiel zenuwgestel. Aanvankelijk had haar man zich in de veranderde omstandigheden geschikt en was van een liefhebbende minnaar tot een zorgzame ziekenverpleger getransformeerd.
Nu kan het verplegen van een zieke tot een levensfunctie worden verheven en aan het bestaan hier op aarde een glans van offervaardigheid verlenen.
Het kan... maar zij kwam bedrogen uit toen zij meende dat haar kwaaltjes een bindmiddel waren, sterk genoeg om haar levenslustig gemaal onbeperkt aan de echtelijke woning te kitten. Op zekere dag vloog hij uit.
Hij was het ambt van ziekenverzorger moe en zocht en vond vertroosting in de armen van Jansje, een opgewekt wezentje zonder kwalen, die ongetrouwd op een muf kantoor was blijven hangen. Het duurde niet lang. Reeds na een week kreeg hij berouw.
Hij ging met lome voeten terug en hervatte zijn taak als ziekenverzorger. Ogenschijnlijk accepteerde zij zijn berouw, maar toen hij dichterbij kwam om haar kussens te schikken, stak zij hem geniepig een keukenmes tussen de ribben.
Van de week heb ik haar opgehaald.
'Hoe is het nu met hem?' vroeg zij.
'Redelijk,' zei ik. 'Hij komt er wel weer bovenop.'
Er kwam een harde blik in haar ogen. Zij kneep de lippen op elkaar. 'Jammer," siste zij. Het was haar enige reactie.
Die avond heb ik met enig wantrouwen naar mijn eigen vrouw gekeken.

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week