|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau
Warmoesstraat deel 9 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1997 |
|
Kerst
Ik had mij reeds in augustus voorgenomen om een lief
en gevoelig kerstverhaal voor u te schrijven. Zo'n ouderwets verhaal
met een trieste aanloop als voedingsbodem voor een blij en gelukkig
einde, dat zich bij het luiden van de kerstklokken glorieus zou
aandienen. Een Dickens-verhaal, een verhaal om een traan bij weg te
pinken.
Lieve mensen, daar is niets van terechtgekomen. De zon scheen, de
criminaliteit steeg, de justitie blunderde, men vocht in
Bosnië-Herzegovina en hongerde in Somalië.
Mijn verheven en vooral vredige kerstgedachten dreven weg, bewolkten
de hemel, waaruit ook onmiddellijk een regenbui plensde. Ik heb toen
mijn pogingen maar opgegeven.
Toch bewaar ik uit mijn jeugd dierbare herinneringen aan het
jaarlijkse kerstfeest van de zondagsschool in de oude Eilandskerk
aan de Bickersgracht. Ik hoor nog de gedragen stem van onze
godsdienstleraar.
'En het geschiedde in die dagen, dat er een gebod
uitging, van den keizer Augustus, dat de gehele wereld beschreven
zou worden. En een iegelijk ging naar zijn eigen stad.
En Jozef ging ook op van Galilea, uit de stad Nazareth, naar Judea,
tot de stad Davids, die Bethlehem genoemd wordt, om beschreven te
worden met Maria, zijne ondertrouwde vrouw, welke bevrucht was.
En het geschiedde, als zij daar waren, dat de dagen vervuld werden,
dat zij baren zou; en zij baarde haren eerstgeboren Zoon, en wond
Hem in doeken en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor hen geene
plaats was in de herberg.'
Welke consequenties men er ook aan wil hechten, het
oude bijbelverhaal heeft door de eeuwen heen de mensen ontroerd. Zo
ook mij.
Na afloop van het kerstfeest kregen wij een stichtelijk boekje van
uitgeverij Callenbach uit Nijkerk en een zakje met een sinaasappel,
een chocoladekerstkrans met witte musketjes en een sterappeltje.
Het stichtelijke verhaaltje heeft nooit mijn hart gewonnen. Het lag
te ver van de werkelijkheid die ik kende. De sinaasappel was
vermoedelijk het enige fruit dat ik jaarlijks nuttigde. En van de
kerstkrans mocht ik slechts in dagelijkse porties snoepen.
Mijn grote liefde ging uit naar het kleine nietige sterappeltje. Dat
koesterde ik. Wanneer ik de schil langs de ribbels van mijn korte
manchesterbroek wreef, dan glom het appeltje met donkerrode wangen.
Ik heb er nooit onmiddellijk mijn tanden in durven zetten. Eerst als
het appeltje na lange tijd ging rimpelen at ik het op, omdat het
zonde was om het te laten verrotten.
Ik wens u zo'n kinderlijk kerstfeest uit de beginjaren dertig toe.
Een kerstfeest met crisis en veel werkeloosheid. Maar ook
tevredenheid met een klein sterappeltje. En tevredenheid is waard om
steeds opnieuw te worden gepoetst.
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|