|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau
Warmoesstraat deel 8 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1996 |
|
Duim
Ik zat vorige week onder de rook van Amsterdam in
het lieve stadje Muiden in een oud en bijzonder gezellig café. Het
was in de pauze van de bewerking van een verhaal van mij door de
toneelgroep Sgein. Een groep enthousiaste en vooral inventieve
mensen, die een voorstelling brachten die respect afdwong.
Naast mij achter een pilsje zat een blozende man met een vriendelijk
open gezicht. Omdat ik onder de indruk was van de wijze waarop Sgein
het werkstuk van mij bracht, vroeg ik aan hem hoe hij de
voorstelling vond.
'Ik ben hier niet voor het toneel. Ik ben van de biljartclub. Ik
biljart hier elke donderdag. Wanneer er toneel is, leggen ze in de
pauze een zeildoek over het biljart, anders morsen ze bier op het
laken. En dat is zonde.'
Hij schoof iets dichter naar mij toe.
'Over een paar maanden wordt ik vijfenzestig... word ik
gepensioneerd. Daar verheug ik mij nu al op. Vrije tijd, dat is
plezier.'
Ik glimlachte.
'Ik hoop dat uw vrouw er ook zo ver denkt.'
Hij trok zijn gezicht in een ernstige plooi.
'Ze heeft mij graag thuis. Echt. Ze is blij dat ik stop.'
Hij verschoof iets op zijn stoel. 'Ziet u, ik knutsel graag. Ik heb
pas een poppenhuis voor die kleine meid van mijn dochter gemaakt.'
Hij gaf met zijn beide handen de afmetingen aan.
'Mooi, met alles erop en eraan. Meubeltjes, klein maar toch stevig.
Het moet zo echt mogelijk lijken en toch moeten ze er met hun
handjes aan kunnen zitten. Het moet niet zo uit elkaar vallen.'
Hij lachte. 'Die jongen heeft al gevraagd om een garage voor hem te
maken. Dat doe ik.'
Hij nam een slok van zijn bier. 'Ik heb kanaries gehad. Ik had een
knots van een volière met wel zeventig kanaries... kregen ze de
HAP-ziekte... komt door de mug. Als een kanarie door een mug wordt
gestoken, wordt hij ziek en steekt met zijn ziekte de andere
kanaries aan. Ik had er 's morgens soms wel zes of zeven dood
liggen. Ik heb alles geprobeerd, maar er was geen vaccin te krijgen.
Ik ben er zelfs voor naar Duitsland en België geweest. Nergens. En
elke kanarie is toch gauw zo'n dertig gulden. Dat wordt dan een dure
grap. Te kostbaar... te kostbaar voor mij als hobby. Ik heb mijn
kanaries weggedaan. Het ging mij wel aan mijn hart.'
Ik knikte begrijpend. 'Als u met werken stopt, krijgt u dan een goed
pensioen?' vroeg ik belangstellend.
De man tuitte zijn lippen.
'Het gaat. Ik heb niet altijd bij die maatschappij gewerkt. Zoveel
pensioenjaren heb ik niet. Vroeger ventte ik met olie... petroleum.
Ging ik met zo'n kar met een vat erop langs de mensen. Van de
Magneet, daar had ik mijn olie van. Blauwe olie voor het toestel en
blanke olie voor de lampen. Het was hard werken. De mensen hadden
geen geld om een voorraadje olie in te slaan... dus moest je vaak
langs de deur komen.
Het is nog een vak hoor... venten met olie. Een goeie olieman
gebruikt zijn duim. Die houdt hij dan in de maat.
Vijftig duimen... een liter.'
Hij stak zijn rechterduim omhoog.
'Heeft heel wat opgebracht.'
Ik keek onderwijl verscholen naar mijn eigen duim en voelde mij
opeens sterk met hem verwant.
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|