|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau
Warmoesstraat deel 10 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1998 |
|
Huisraad
In meer dan de helft van de 6.3 miljoen Nederlandse
huishoudens staat tegenwoordig een computer. Dat is verrassend veel.
De computer is, net als onze televisie, huisraad geworden. In
sommige gezinnen staan zelfs twee van die dingen. Een voor de vader
en een voor de zoon. Op vrouwen heeft de computer gelukkig minder
aantrekkingskracht. Ik weet ook hoe dat komt. Vrouwen worden
volwassen, mannen nooit.
Ook randapparatuur, zoals CD-ROM-spelers en behendigheidsspelletjes
zijn erg in trek. De joystick is bij de computer het meest geliefde
en ook het meest gebruikte instrument. Op het scherm worden heel
veel dieven gevangen en moorden gepleegd.
Ik kan mij nauwelijks voorstellen dat al die computers in de
Nederlandse gezinnen echt zinvol worden gebruikt. Het is vaak meer
een statussymbool. Neef Cornelis heeft een computer en dus moeten
wij er ook een. De meeste Nederlanders kopen een computer niet uit
verstandelijk, maar uit emotionele motieven. Het hoort erbij. Zonder
computer in huis tel je niet meer mee.
Ik heb ook al meer dan tien jaar zo'n klein model aquarium op mijn
bureau staan en de column die u nu leest, is op de computer geboren.
Daar moet u niet van schrikken. Ook de redacties van kranten maken
ijverig gebruik van computers. Ze zouden er niet meer buiten
kunnen.
Ik moet er niet aan denken dat ik bij het schrijven van mijn
verhalen terug zou moeten keren naar zo'n oude Remington - rammelton
- en het geknoei met vieze velletjes carbonpapier om de vereiste
kopietjes te maken. Het was een kwelling. Dat beseft ik toen niet,
want ik wist niet beter. Zo'n ordinaire schrijfmachine was al een
vernuftige vervanging van het aloude handschrift. Geloof me, een
mens went snel aan zijn gemak.
Nu zult u denken dat ik na tien jaar computergebruik het wezen van
het apparaat geheel doorgrond. Niets is minder waar. Sinds ik in een
onbewaakt ogenblik de helft van een hoofdstuk uit een roman ben
kwijtgeraakt, bezie ik het blauwe scherm met wantrouwen. Voor
toetsen waarvan ik niet precies weet wat er achter steekt, ben ik
allergisch geworden. Ik mijd ze als een familielid met griep. Ik heb
de gewoonte aangeleerd om veel te 'backuppen'. Wat dat is? De tekst
heel vaak overseinen naar een ander schijfje, zodat ik van het ene
schijfje op het andere kan overstappen wanneer er met een van de
schijfjes iets gebeurt. Snapt u het?
Mijn hoofdfiguur, De Cock met ceeooceekaa, wordt in zijn nieuwste
avontuur ook met de computer geconfronteerd. Vledder bedient het
apparaat, en de grijze speurder vraagt: 'Wat ben je aan het doen?'
Vledder gebaart naar het scherm.
'Ik voer de nodige gegevens in over de moord op mevrouw De Graaf.
Die kunnen we dan later printen voor ons proces-verbaal.'
'Onthoudt hij dat allemaal?'
'Absoluut.'
'Dat is knap van zo'n computer. Wat kan hij nog meer?'
'Vrijwel alles. Noem maar op.'
De Cock plukte aan het puntje van zijn neus.
'Als je het vriendelijk vraagt... zegt dat bolle glas jou dan ook
wie gisteren mevrouw De Graaf in haar appartement heeft vermoord?'
Nee, dus. Zoveel kan een computer nu ook weer niet.
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|