Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 9

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 6
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1995

 

Beestjes

 

Ik kom uit een calvinistisch nest en daar ben ik eigenlijk best blij mee. Mijn moeder heeft mij groot- en vooral rechtgetrokken met bijbelteksten. Ze strooide er kwistig mee, zodat ik al vroeg leerde wat er van mij in dit leven werd verlangd. En dat was veel. Voor Darwin en zijn evolutieleer was in ons ouderlijk huis geen plaats. Discussies daarover waren taboe. We waren allen kinderen Gods en naar zijn evenbeeld geschapen. Toen ik, zelf geplaagd door kiespijn, in euvele overmoed vroeg of God ook weleens kiespijn had, kreeg ik een schrobbering die mij tot aan de dag van vandaag nog heugt.
Maar de tijden veranderen. Ik ben niet tot een echt kerkelijk mens uitgegroeid, maar probeer toch, zoveel als doenlijk, naar de moeilijke overgave van mijn moeder te leven.
Ik heb een nicht. Ze heet Alice en is het jongste kind van mijn zuster. Ze is een moderne jonge vrouw van voor in de dertig, die er tamelijk vrije opvoedingsmethoden op nahoudt. Haar twee kinderen neemt ze ondanks hun nog prille leeftijd volledig serieus. Voor de meest onzinnige vragen van haar kroost neemt ze de tijd en ze beantwoordt die recht voor zijn raap... zonder omwegen of uitvluchten.
Mijn oude moeder, die pal bij haar in de buurt woont en regelmatig aanwipt, hoort dat alles gelaten aan, maar laat niet na zo nu en dan wat calvinistisch tegengas te geven. Wat er nu met de zieltjes van de kinderen gebeurt weet ik niet, maar volgens mij komt het best in orde; jonge kinderen hebben een veel groter geestelijk incasseringsvermogen dan wij ouderen soms hooghartig denken. Toch leidt de invloed van mijn lieve oude moeder weleens tot storingen... kleine mankementjes in het bevattingsvermogen van de kinderen. Het jongste meisje van mijn nicht - ze heet Abigaïl, wat 'vreugde van de vader' betekent - vroeg onlangs aan haar moeder waar ze vandaan kwam.
'Uit mijn buik,' zei mijn nicht, want daar maakt ze, zoals ik al zei, geen geheim van.
'En waar kom jij vandaan?'
'Weer uit de buik van haar moeder... en die weer uit de buik van haar moeder... en die weer uit de buik van haar moeder.'
De kleine dacht even na. 'Hoelang gaat dat zo door?'
'Tot... eh, tot je bij de aapjes komt.'
"O... en waar komen die aapjes dan weer vandaan?'
Mijn nicht werd er een beetje moedeloos van. 'Die aapjes komen weer voort uit andere beestjes, maar dat kan ik je nu niet allemaal vertellen. Later... het is nu nog veel te ingewikkeld voor je.'
De kleine Abigaïl schudde haar hoofd. 'Ik weet het wel, hoor. Ik weet best wat voor beestjes dat waren... onze-lieve-heersbeestjes.'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week