|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau
Warmoesstraat deel 2 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1993 |
|
Alex
Twee jonge agenten kwamen de grote recherchekamer
binnen. De langste droeg met zorg een kind op de arm. Het was een
baby van zo rond een jaar met grote glanzende blauwe ogen boven
appelronde wangetjes. Lang blond haar krulde in de nek. Het wurm
lachte wat verlegen met een vingertje in de mond.
Ik keek vragend omhoog. 'Wat moet ik daarmee?'
De agent grijnsde breed. 'Deponeren... hebben we gevonden bij een
inbraak.'
'Bij een inbraak,' reageerde ik verrast.
De agent knikte. 'In een confectieatelier.'
'Daar was een inbraak?'
De agent knikte opnieuw. 'Een duidelijke kraak. De twee inbrekers
zitten al beneden in de cel.'
'En die hadden het kind bij zich?' vroeg ik verwonderd.
De agent schudde het hoofd. 'Nee, tenminste, dat denk ik niet. Kijk,
we hadden mazzel. We zaten er pal op. Toen we in de surveillanceauto
de melding van de inbraak kregen, stonden we al vrijwel voor de
deur. We stopten en stoven naar binnen. De beide krakers waren
totaal verrast. Ze boden geen enkele weerstand.'
'De baby?' onderbrak ik.
'We boeiden ze en brachten ze naar de wagen. Plotseling hoorden we
achter ons een kind huilen.'
'In het atelier?'
'Ja. Ik ben op zoek gegaan en vond het onder een rek met mantels.'
Ik bekeek de baby. Het kind zag er goed verzorgd uit. Een beetje
mollig. Het droeg een rood truitje en een soort slobberbroek met
kniestukken.
Toen de agenten naar hun proces-verbaal waren, zette ik het kind op
de grond. Ik was bang dat het van mijn bureau zou vallen. Op handjes
en knieën schoof het over de vloer. In een mum van tijd zat het aan
de andere kant van de kamer.
Ik belde de directeur en vroeg of hij 's avonds weleens kinderen in
zijn atelier achterliet. De man toonde zich hoogst verbaasd en had
geen oplossing.
Ik was juist van plan de krakers te gaan vragen of ze misschien met
een kind op pad waren gegaan, toen een jonge vrouw met wapperende
haren de kamer binnenstoof.
'Hebt u Alex?' vroeg ze angstig.
Ik wees naar een hoek van de kamer, waar het kind juist opgewekt
bezig was een telefoon van een bureau te trekken.
Ze rende op de baby af en klemde hem in de armen.
'Van u?' vroeg ik overbodig.
Ze knikte hijgend.
Ik liet haar op een stoel plaats nemen. Ze streelde het kind op haar
schoot. Na een paar minuten kwam ze weer wat bij.
'Ik maak 's avonds het atelier schoon,' legde ze uit. 'Mijn man had
avonddienst en ik kon geen oppas krijgen. Toen heb ik Alex maar
meegenomen. Hij kruipt dan wat over de vloer. Vanavond hoorde ik
plotseling aan de achterdeur gestommel en gekraak. Ze waren
duidelijk bezig om in te breken. Ik zocht naar Alex. Hij was
weggekropen. Ik kon hem nergens vinden. In paniek ben ik daarop de
deur uitgerend. Een paar straten verder in een café heb ik de
politie gebeld. Bij mijn terugkomst was alles weg. Ook Alex. Ik
dacht dat de inbrekers hem hadden meegenomen. Toen ben ik maar naar
de politie gegaan.'
Ze zweeg even; keek naar me op. 'Vertelt u het aan mijn man?'
Ik schudde het hoofd. 'Waarom zou ik?'
Ze zuchtte. 'Ziet u, hij zou het me nooit vergeven dat ik het kind
alleen achterliet.'
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|