Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 105

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 3
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Humor

 

Het is een trieste constatering maar vele politiemannen zijn volmaakt humorloos. Ik heb mij weleens met enige angst afgevraagd hoe dat komt. Ik denk dat het een kwestie is van beroepsdeformatie.

De voortdurende confrontatie met misdaad en menselijk leed vervormt overigens zeer vriendelijke lieden tot soms wat botte, strikt rechtlijnig en zakelijk opererende ambtenaren. Ik geloof dat het een proces is van zelfprotectie.

Mij verdriet het persoonlijk erg dat zij op den duur het gevoel kwijtraken om vooral subtiele humor te onderkennen. En gevoel voor humor is een rijk bezit, dat ieder mens dient te koesteren en te bewaken als een kostbaar kleinood.

Op een dag maakte ik in het politiebureau aan de Warmoesstraat een ongedwongen babbeltje met een collega-rechercheur, die de opvangdienst behartigde. Hij is een aardige en onberispelijke vent. Nog wel niet in de dienst vergrijsd, maar hij loopt toch al zo'n jaar of twintig bij de politie mee.

Terwijl ik bij hem zat, kwam een vrouwtje de recherchekamer binnen. Het was een kittig ding met een in het oog lopende buste en een iets te zware make-up. je Op haar hoge hakjes tippelde zij naderbij. Toen mijn collega haar een stoel aanbood, plofte zij wat onelegant neer. Kauwend op een snoepje zei ze bijna lachend: 'Ik ben bestolen.'

'Waar?' vroeg mijn collega.

'In een cafeetje.'

'Bent u veel kwijt?'

'Tweehonderd gulden.'

'Weet u wie het heeft gedaan?'

Zij verschoof iets op haar stoel en trok vervolgens wat nonchalant de schouders op. 'Een jongen.'

'Kent u hem?'

Zij liet haar kauwende kaken even rusten en glimlachte.

'Wat heet kennen? Ik was een avondje stappen en toen kwam ik hem tegen. In de binnenstad. Een knap gozertje. Ik zag wel wat in hem. En dat liet ik merken. Nou, toen zijn we samen naar een cafeetje gegaan.'

'En daar heeft hij u bestolen?'

Zij knikte traag. 'We gingen samen wat achteraf aan een tafeltje zitten. Zo'n smal tafeltje, weet u wel, met de knietjes in elkaar.'

'En toen?'

Zij duwde haar stoel iets achteruit, tilde haar rok omhoog en gunde ons een blik op een fraai gevormd been in een opwindend zwarte strakke nylonkous.

Zij wees hoog naar de donkere rand. 'Kijk,' legde zij uit, 'hier had ik ze zitten .. . twee briefjes van honderd.'

'En hij heeft ze vandaar weggenomen?'

'Ja, vandaar.'

Mijn bedaagde collega slikte. 'Maar,' stotterde hij, 'dat voel je toch?'

Zij keek naar hem op. Een blik van verbazing in haar ogen. 'Wist ik dat hij op mijn geld uit was?'

Het duurde even, toen barstte ik in lachen uit. Mijn collega vertrok geen spier.

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week