|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau
Warmoesstraat deel 6 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1995 |
|
Niet stom
Een van de
beminnelijkste inbrekers die ik ken is Rooie of Sproeten Kees. Hij
heeft peenkleurig haar, een snuit vol sproeten en een paar grot,
blauwe, glinsterende ogen, die een bedrieglijke onschuld uitstralen.
Rooie Kees verstond de kunst van het inbreken voorbeeldig. Hij was
een acrobaat, een artiest die zeker open doekjes zou hebben
verworven, wanneer bij zijn geveltoeren publiek zou zijn toegelaten.
Maar hij moest nu eenmaal, hoewel hem dat zelf speet, zijn werk in
het verborgene doen. Voorbestemd om op te treden in het licht van
felle schijnwerpers en beloond te worden met een een klaterend
applaus, viel het hem zwaar om in het duister te moeten operen,
terwijl niemand zijn verrichtingen op prijs stelde. Dat knaagde aan
zijn gemoed, voor zover er iets aan het gemoed van Rooie Kees kon
knagen.
Rooie Kees had één zwakheid, die hem steeds weer in handen van de
politie bracht. Hij was te onvoorzichtig. Die onvoorzichtigheid
sproot voort uit de blijde onbezorgdheid waarmee hij door het leven
stapte. Rooie Kees was drieëntwintig jaar toen ik voor de eerste
keer met hem te maken kreeg. Hij had bij een schoenenzaak ingebroken
en werd gepakt omdat hij midden in de nacht op zijn dooie gemak in
een verlichte etalage een paar schoenen zat te passen. Ik zei het u
al: Rooie Kees was onvoorzichtig.
Hoewel Rooie Kees als pure inbreker te boek stond, achtte hij het
niet beneden zijn 'waardigheid' om in slechte jaargetijden, wanneer
het nachtelijk inbreken niet zo aantrekkelijk was, simpele
winkeldiefstalletjes te plegen. Ook daarbij betrachtte hij niet de
nodige voorzichtigheid. Eens verkocht hij midden in een portiek van
een groot warenhuis voor minder dan de helft van de prijs paraplu's,
uitgestald op een sinaasappelkist, die hij in datzelfde warenhuis
had gestolen. Omdat de verkoop uitstekend liep, stapte Rooie Kees af
en toe het warenhuis binnen om zijn voorraadje aan te vullen. Dat
hij na enkele uren tegen de lamp liep behoeft geen betoog.
Op een morgen vond ik hem in een van onze cellen en ik nam hem mee
naar boven voor het verhoor. In het proces-verbaal van zijn
arrestatie had ik gelezen dat hij was gepakt op het dak van een
magazijn waar was ingebroken.
Hij keek mij glunderend aan. 'Ik heb toch wel lol gehad, vannacht.'
'Hoezo?' vroeg ik.
Rooie Kees gebaarde: 'Er ging alarm af en dacht "pleite wezen", maar
er waren direct dienders in de straat. Omdat ik per ongeluk mijn kop
liet zien, vroegen ze wat ik op het dak deed. 'Ik zei: "Ik zit
achter een inbreker aan. Ik had hem bijna te pakken." Toen zijn die
dienders samen met mij gaan zoeken. Omdat ik er gein in kreeg liet
ik ze van het ene dak op het andere klauteren... totdat een van die
dienders mij vastgreep en arresteerde.' Hij keek grinnikend op. 'Hij
was toch niet zo stom als ik dacht.'
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|