Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 111

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 3
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Malle Freekie

 

Malle Freekie was niet mal. Hij werd enkel Malle Freekie genoemd omdat hij zelfs in de ogen van de penoze de vreemdste streken uithaalde. In een tijd dat nylonkousen nog niet als camouflagemiddel werden gebruikt en bivakmutsen bleven waar ze behoorden - in een bivak - vermomde Freekie zich met toupetjes, pruiken, aangeplakte snorren, baarden en een listige make-up.

In een steeds wisselende camouflage pleegde hij schrandere insluipingen en subtiele oplichtingen. Freekie was van alle markten thuis.

Al voor zijn twintigste verjaardag was hij overtredend door bijna het gehele Wetboek van Strafrecht gegaan. Omdat het succes hem dikwijls toelachte, sloop na enige tijd in zijn optreden een onvergeeflijke nonchalance binnen, die hem steeds weer in de petoet bracht.

Hij was bij ons in de Warmoesstraat een graag geziene gast. Wij vermaakten ons kostelijk met Malle Freek. Hij was een levendig verteller en wanneer hij eenmaal tot een bekentenis was gekomen, kende zijn openhartigheid geen grenzen. Gesteund door een uitgebreid manuaal verhaalde hij van zijn vele kronkelgangen over het brede pad van de misdaad.

Op den duur groeide tussen de rechercheurs en Malle Freekie een vriendelijk sfeertje van 'ouwe jongens onder elkaar'. In dat sfeertje was geen ruimte voor een formele aanpak. Als Freek weer eens was gearresteerd zetten wij hem in ons midden en verheugden ons bij voorbaat op zijn smeuïge bekentenissen.

Op een dag zei hij 'nee'. Hij ontkende met grote stelligheid ook maar bij iets betrokken te zijn geweest. Hij vertelde dat hij sinds kort een meisje had ontmoet, met wie hij serieuze plannen had. Daarom had hij de misdaad resoluut de rug toegekeerd.

Wij hadden dat 'nee' van Malle Freekie moeten respecteren. Wij deden het niet, eenvoudig omdat geen van ons geloofde dat Freekie in staat was het smalle pad der deugd te bewandelen. Daarvoor was hij in onze ogen te uitbundig, te crimineel.

Tijdens het geestelijke stoeipartijtje pakte een van ons zijn pistool uit de lade van zijn bureau, richtte het lachend op Freekie en zei: 'Als je nu niet bekent, schiet ik je hartstikke dood.'

Het was een grap, meer niet, geheel passend in de gemoedelijke olijkheid waarmee wij Freekie altijd hadden bejegend.

Malle Freekie glimlachte fijntjes en bekende. Het was een sobere bekentenis van weinig woorden. Ook het manuaal ontbrak.

Een maand later kreeg de betrokken rechercheur een oproep om voor de rechtbank te verschijnen. Daar was ook Malle Freekie.

Hij trok zijn bekentenis in. 'Waarom?' wilde de president van de rechtbank weten.

Malle Freekie richtte een beschuldigende vinger naar de rechercheur. 'Edelachtbare,' sprak hij timide, 'ik was bang voor hem. Hij richtte een pistool op mij. Uit pure angst heb ik toen maar bekend.'

De president was in alle staten. Woedend stortte hij zijn toorn over de rechercheur uit. Hij vroeg zich op luide toon af welke methoden de rechercheur wel bij zijn verhoren gebruikte, of hij er een gewoonte van maakte zijn verdachten met pistolen te belagen? De rechercheur trachtte stotterend tot een weerwoord te komen. Het lukte niet.

Malle Freekie werd met veel strijkages van de rechtbank vrijgesproken. Wij hebben hem nooit meer teruggezien.

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week