Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 123

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 2
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Bewijsje

 

Op een zondagmorgen liep ik dooreen stille Beursstraat op weg naar het bureau. Ik kwam terug van een onderzoekje naar een vechtpartij, waarbij een jonge vrouw ernstige steekwonden had opgelopen.

Ongeveer dertig meter voor me uit sjokte een fors gebouwde man.  Hij hield het hoofd iets gebogen.  Lange armen bungelden aan afhangende schouders.

Plotseling bleef hij staan. Hij nam iets uit zijn binnenzak, frommelde wat, en wierp het toen achteloos op straat.

Ik kwam naderbij en raapte het op. Het was een portefeuille van bruin leer met twee kleppen en een soort ingenaaide knip. Er zat niets in, geen papieren, geen geld.

Omdat iemand die lege, zij het deugdelijke portefeuilles wegwerpt op zijn minst verdacht is, volgde ik de man. Hij slenterde de Oudebrugsteeg in, nam links de Warmoesstraat en stapte tot mijn verbazing het  politiebureau binnen.

Bij de balie bleef ik achter hem staan. De wachtcommandant kwam naar hem toe.

'Ik wil aangifte doen,' zei de man. 'Ze hebben me gerold.'

De brigadier keek over de schouder van de man naar mij.

'Gaat u maar met die meneer mee.'

We liepen de trappen op en ik liet hem naast mijn bureau plaats nemen. Ik schatte hem op een goede vijftiger. Hij zag er wat slonzig uit. Om de ogen lagen vermoeide trekken.

'U bent gerold,' opende ik. Hij knikte. 'Ik wil van u een bewijsje dat ik aangifte heb gedaan.'

'Waar gebeurde het?' vroeg ik ontwijkend.

'Dat weet ik niet. Ergens in de binnenstad, gisteravond. Misschien in een café. In ieder geval ben ik mijn portefeuille kwijt.'

'Zat er veel geld in?'

'Bijna driehonderd gulden.'

Ik floot tussen de tanden. 'Dat is niet mis.'

Hij schudde droef het hoofd. 'Het is een rib uit mijn lijf.'

Ik pakte mijn schrijfmachine en typte zijn aangifte uit. Toen ik klaar was, legde ik hem die ter ondertekening voor.

Hij pakte mijn pen. 'Ik krijg toch een bewijsje?'

Ik antwoordde niet. 'Laten we het nog eens over uw portefeuille hebben,' zei ik. 'Het is er toch een met twee kleppen en een ingenaaide knip?' Hij knikte instemmend.

Ik nam de portefeuille, die hij op straat had geworpen en legde deze voor hem neer. 'Is die het?'

Hij keek me met grote ogen aan. Zijn onderlip trilde.

'Is die het?' herhaalde ik.

Hij knikte moeizaam.

'U heeft hem een kwartiertje geleden zelf weggegooid. Ik zag het. Ik liep achter u. U... eh, u bent niet gerold?'

Hij zuchtte diep. 'Moeders heeft er niet zo veel zin meer in, de laatste tijd. Het vuur is er wat uit, begrijpt u. Ze heeft me vijf kinderen geschonken. Daar is ze altijd mee bezig. Als man raak je dan zo'n beetje tussen de wal en het schip.' Hij liet het hoofd wat hangen. 'Gisteren dacht ik, ik stap er eens uit. Ik laat me door zo'n juffie uit de stad eens lekker verwennen.'

'En dat is misgelopen?'

'Nee, integendeel, ze deed erg haar best... zo erg, dat ik haar veel meer gaf, dan ik kon verantwoorden.'

Ik knikte begrijpend. 'En moeders wist met hoeveel geld op zak je uit huis was gegaan."

Hij staarde bedroefd naar de aangifte die voor hem lag. De pen nog in de hand. 'Ziet u, zo'n papiertje had me mooi kunnen helpen.'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week