|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat
deel 2 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1993 |
|
Business
Ik kom - beroepshalve - nog weleens in een van
die schemerig intieme lokaaltjes aan de gracht. Het is een trefpunt
voor meisjes uit de buurt. Hier rusten ze een possje, wisselen hun
ervaringen uit en praten over hun aller métier: de business.
Soms breken er spontaan opgewekte knokpartijen uit
tussen de concurrerende zusteren in het oudste beroep van de wereld.
Soms doorbreekt een meisje de code, werkt er onder de prijs of
ontvangt klanten zonder het obligate condoom. Dat geeft strijd,
aanleiding tot bittere gevechten.
Op mijn weg erheen sjok ik in een mensenstroom. Het
is altijd druk op de wallen. 'The redlight-districy of Amsterdam' is
in trek en het loont de moeite ermee te adverteren. Sekstheaters
lokken met schunnige lichtreclames de hongerigen binnen de vaak
vochtige muren van hun donkere zaaltjes. In seksboetieks liggen
grillige surrogaten.
Vaak nog jone hoertjes bieden hun door heroïne
uitgeteerde lichaam te koop; fel, agressief, want hun vergiftigd
bloed schreeuwt om een volgend 'shot'. Oudere, meer gevestigde dames
wachten in verlichte etalages geduldig op een volgend klant.
Ik ken het beeld. Het is in de loop der jaren wat
veranderd. De sfeer van gemoedelijkheid, van intimiteit, is
verdwenen. De toeloop van de heroïne-hoertjes heeft de concurrentie
verscherpt, het menselijk element doen vervagen.
Men had aanvankelijk medelijden met de meisjes, die
door de heroïne gedreven in de prostitutie kwamen. Maar het
medelijden heeft gaandeweg plaats gemaaklt voor afkeer, haat.
Klanten worden vaak slecht bediend en niet zelden mishandeld en
beroofd. De business staat in diskrediet.
Ik sprak er van de week een oude gildezuster. Ik had
haar een eeuwigheid niet gezien. Vroeger was ze een beeld en ik
herinner me dat ik als jong rechercheur graag een praatje met haar
maakte.
'Ben je eruit?'vroeg ik.
Ze schoof een jonge jenever naar zich toe en nam een
flinke slok. 'Ik ben getrouwd.' Ze grijnsde een beetje. 'Heel braaf.
Met een ambtenaar. Ik heb hem in de business leren kennen. Hij kwam
al jaren bij me als klant. Zijn vrouw was ziek.'
Ze tike met een kromme vinger op haar voorhoofd. 'In
het koppie. Ze zat in een inrichting. Vier jaar geleden is ze
gestorven. Na de begrafenis kwam hij naar me toe. Om uit te huilen,
begrijp je. Hij vroeg toen ook of ik met hem wilde trouwen.'
Ze nam nog een slok. 'Ze zeggen altijd: Trouw nooit
met een hoerekerel. Daarom heb ik niet onmiddellijk "ja" gezegd. Die
avond keek ik in de spiegel. Echt, eerlijk, weet je. Zonder een waas
voor je ogen. En toen begreep ik wat er met me zou gebeuren als ik
het niet deed.'
'Dus... je deed het.'
Ze knikte traag. 'We hebben een eengezinshuisje in
de kop van Noord-Holland, compleet met een tuintje voor en achter.
Heel gezellig. Maar zo af en toe moet ik er even uit. Even de geur
van de buurt opsnuiven.'
Haar gezicht versomberde. 'Maar dit is wel de
laatste keer.'
'Hoezo?'
Ze trok verveeld de schouders op. 'Het is niks meer.
Het is allemaal hasj, heroïne en troep. De echte business... de
echte business is dood.'
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|