Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 18

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 3
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Onverbetelijk

 

Ik wil beslist wel in het goede in de mens geloven. Ik doe daar altijd erg mijn best voor. En ik huldig zeker niet het standpunt: eenmaal gestolen, altijd een dief. Toch heb ik soms mijn twijfels.
Twee jonge dienders brachten hem de recherchekamer binnen: een lange slungelige jongen, bleek, met sliertig piekerig blond haar en een triest neerhangende snor. Ik schatte hem op voor in de twintig. Een van de dienders knikte in zijn richting. 'Hij komt van de Nieuwendijk. Daar hebben we hem gearresteerd. Op heterdaad. Hij had in een kleine kledingzaak een greep in de kassa gedaan en een briefje van vijfentwintig gejat.' Hij tastte in een zijzak van zijn uniformjas en legde een verfrommeld bankbiljet van vijfentwintig gulden voor mij neer. 'Hij had het nog in zijn hand, toen wij hem pakten.' Ik knikte begrijpend. 'Had hij verder nog iets?' 
De jonge diender schudde het hoofd. 'Wij hebben hem beneden gefouilleerd. Niets. Hij heeft geen rooie cent bij zich.'
Ik keek de jongeman onderzoekend aan. 'Ook geen stuff?'
'Nee, ook geen stuff.'
Nadat de beide dienders vertrokken waren bood ik de jongeman een stoel aan. Hij ging zitten, nerveus, ongeduldig. Zijn lange magere vingers trilden. 
'Heroïne?' vroeg ik schattend, want de ervaring heeft mij geleerd een snelle diagnose te stellen. 
Hij knikte gehaast. 'Horse.' 
'En daar had je geld voor nodig?' 
Hij knikte opnieuw en wees naar de telefoon op mijn bureau. 'Mag ik even bellen?'
'Wie?'
'Mijn moeder.'
Om enige reactie uit te lokken, zei ik: 'Dat kost een kwartje.'
Hij voelde in zijn zakken. 'Dat heb ik niet.' Even leek hij uit het veld geslagen, daarop wees hij naar het verfrommelde bankbiljet op mijn bureau. 'Je hebt nu toch die vijfentwintig gulden . . . neem het daar maar van af.' 
Ik glimlachte zoetzuur en liet hem zijn moeder bellen. Hij babbelde wat over later thuiskomen, zonder met een woord over zijn arrestatie te reppen. Ik pakte een vel papier en nam een verklaring van hem op. Nadat ik alles had genoteerd, belde ik mijn chef voor een beslissing. Ik hoorde hem door de telefoon zuchten. 'Een heroïneklant,' herhaalde hij. 'Stuur hem liever weg.' 
Ik vertelde de jongeman van de beslissing. Hij stond gehaast op en vertrok. Hij had amper de recherchekamer verlaten toen ik de vijfentwintig gulden miste. Als een haas rende ik achter hem aan en kreeg hem nog in de gang te pakken.
Hij had het bankbiljet zonder scrupules bij zich gestoken.

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week