|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau
Warmoesstraat deel 5 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1993 |
|
Gaten
Zij kwam wat schichtig binnen: een klein vrouwtje
met grijs piekerig haar. Ik schatte haar op voor in de vijftig. Zij
droeg een lichte regenjas, die bijna tot aan de enkels reikte. Voor
mijn bureau bleef zij staan en keek op mij neer. 'Bent u van de
recherche?'
Ik knikte gedwee.
'Dan heb ik u iets ernstigs te vertellen.'
Ik bood haar de stoel naast mijn bureau aan. Zij ging zitten en boog
zich iets naar mij toe. In haar ogen lag een angstige blik.
'Worden we afgeluisterd?'
Ik schudde het hoofd. 'U kunt hier vrijuit praten,' stelde ik haar
gerust.
Zij schoof nog dichter naar mij toe. 'Tegenover mij in de straat
woont een man.' Zij likte langs de lippen. 'Die heeft thermische
lansen.'
'Wat heeft hij?' vroeg ik verbaasd.
'Thermische lansen,' herhaalde zij. 'Daarmee blaast hij gaten in de
ramen en muren van mijn huis. U moet maar eens komen kijken.' Zij
duwde de toppen van duim en wijsvinger op elkaar en stak de
rechterhand omhoog. 'Zulke gaten.'
Ik keek in haar ogen en zocht naar een zweem van waanzin. Die kon ik
niet ontdekken. 'Gaat u maar gezellig naar huis,' suste ik. 'Ik zal
de zaak onderzoeken.'
Zij schudde resoluut het hoofd. 'Iemand moet meekomen om die gaten
te zien.'
Ik zuchtte omstandig. 'Het spijt mij, mevrouw. Er is niemand die met
u mee kan. Wij hebben het erg druk. Wij hebben echt geen . . .'
Haar gezicht werd rood. 'Het is toch te gek,' onderbrak zij, 'dat
iemand zo maar met thermische lansen gaten in iemands huis kan
blazen.'
Omdat ik niet van haar af kon komen, charterde ik ten einde raad een
jonge leerling-rechercheur. 'Ga even met die vrouw mee,' sprak ik
ernstig. 'Bij haar aan de overkant woont een man die gaten in haar
ramen en muren blaast.'
Ik gaf hem een knipoogje en samen trokken zij weg.
Binnen een uur was hij terug. 'En?' vroeg ik gespannen. 'Hoe was het
met de gaten?'
Hij lachte breed. 'Er waren helemaal geen gaten. Het zag er keurig
bij haar uit. Netjes, schoon. Ik maakte haar daarvoor een compliment
en zei haar ook dat er geen gaten waren.'
'En toen?'
'Zij bleef volhouden dat ze er wel waren. Zij zei dat zij niet
begreep dat ik ze niet zag. Ik vroeg toen of zij plakband in huis
had. Dat had zij. Ik zei: Wijst u die gaten dan maar aan. Zij wees
op plekken op de ruiten, op de deuren en op het behang. Overal waar
zij wees heb ik een stukje plakband geplakt. Ik zei: Nu zijn de
gaten weg.'
'En was zij daar tevreden mee?'
De jonge rechercheur trok een grimas. 'Zij leek opgelucht toen ik
wegging.'
De volgende morgen was zij er weer. In haar lange regenjas stapte
zij met grote passen op mij af. 'Ik kom mijn beklag doen!' riep ze
fel.
'Over wat. . . over wie?' vroeg ik.
Zij gebaarde breed. 'Over die jongeman, die u mij gisteren meegaf.
Moet u nu eens bij mij thuis komen kijken wat die idioot heeft
gedaan. Hij heeft kriskras zo maar overal op deuren en ramen stukken
plakband geplakt.' Zij schudde meewarig het hoofd. 'Dan moetje toch
wel niet goed bij je hoofd zijn.'
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|