Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 22

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 5
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Gaten

 

Zij kwam wat schichtig binnen: een klein vrouwtje met grijs piekerig haar. Ik schatte haar op voor in de vijftig. Zij droeg een lichte regenjas, die bijna tot aan de enkels reikte. Voor mijn bureau bleef zij staan en keek op mij neer. 'Bent u van de recherche?' 
Ik knikte gedwee. 
'Dan heb ik u iets ernstigs te vertellen.' 
Ik bood haar de stoel naast mijn bureau aan. Zij ging zitten en boog zich iets naar mij toe. In haar ogen lag een angstige blik. 
'Worden we afgeluisterd?' 
Ik schudde het hoofd. 'U kunt hier vrijuit praten,' stelde ik haar gerust. 
Zij schoof nog dichter naar mij toe. 'Tegenover mij in de straat woont een man.' Zij likte langs de lippen. 'Die heeft thermische lansen.' 
'Wat heeft hij?' vroeg ik verbaasd. 
'Thermische lansen,' herhaalde zij. 'Daarmee blaast hij gaten in de ramen en muren van mijn huis. U moet maar eens komen kijken.' Zij duwde de toppen van duim en wijsvinger op elkaar en stak de rechterhand omhoog. 'Zulke gaten.' 
Ik keek in haar ogen en zocht naar een zweem van waanzin. Die kon ik niet ontdekken. 'Gaat u maar gezellig naar huis,' suste ik. 'Ik zal de zaak onderzoeken.' 
Zij schudde resoluut het hoofd. 'Iemand moet meekomen om die gaten te zien.' 
Ik zuchtte omstandig. 'Het spijt mij, mevrouw. Er is niemand die met u mee kan. Wij hebben het erg druk. Wij hebben echt geen . . .' 
Haar gezicht werd rood. 'Het is toch te gek,' onderbrak zij, 'dat iemand zo maar met thermische lansen gaten in iemands huis kan blazen.' 
Omdat ik niet van haar af kon komen, charterde ik ten einde raad een jonge leerling-rechercheur. 'Ga even met die vrouw mee,' sprak ik ernstig. 'Bij haar aan de overkant woont een man die gaten in haar ramen en muren blaast.' 
Ik gaf hem een knipoogje en samen trokken zij weg. 
Binnen een uur was hij terug. 'En?' vroeg ik gespannen. 'Hoe was het met de gaten?' 
Hij lachte breed. 'Er waren helemaal geen gaten. Het zag er keurig bij haar uit. Netjes, schoon. Ik maakte haar daarvoor een compliment en zei haar ook dat er geen gaten waren.' 
'En toen?' 
'Zij bleef volhouden dat ze er wel waren. Zij zei dat zij niet begreep dat ik ze niet zag. Ik vroeg toen of zij plakband in huis had. Dat had zij. Ik zei: Wijst u die gaten dan maar aan. Zij wees op plekken op de ruiten, op de deuren en op het behang. Overal waar zij wees heb ik een stukje plakband geplakt. Ik zei: Nu zijn de gaten weg.' 
'En was zij daar tevreden mee?' 
De jonge rechercheur trok een grimas. 'Zij leek opgelucht toen ik wegging.' 
De volgende morgen was zij er weer. In haar lange regenjas stapte zij met grote passen op mij af. 'Ik kom mijn beklag doen!' riep ze fel. 
'Over wat. . . over wie?' vroeg ik. 
Zij gebaarde breed. 'Over die jongeman, die u mij gisteren meegaf. Moet u nu eens bij mij thuis komen kijken wat die idioot heeft gedaan. Hij heeft kriskras zo maar overal op deuren en ramen stukken plakband geplakt.' Zij schudde meewarig het hoofd. 'Dan moetje toch wel niet goed bij je hoofd zijn.' 

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week