Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 24

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 3
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Flekkie

 

Ze liep wat onzeker op mij toe: een volslanke vrouw in een grauwe regenmantel. Zij had diepbruine ogen in een gaaf ovaal gezicht. Ik schatte haar begin veertig. 
Ze pakte de stoel voor mijn bureau en ging zitten. 
'Mijn hond is dood,' opende zij toonloos. 'Zij is vannacht gestorven.'
Zij knoopte haar hoofddoekje los en schikte wat aan het zwarte haar. 'Ik denk dat de buurman haar iets te vreten heeft gegeven. Buurman heeft de pest aan honden. Aan mensen ook... als je het mij vraagt.' 
Zij keek even naar mij op. 'Dat noemen ze een misantroop. Wist u dat?' 
Ik schudde mijn hoofd.
Zij knikte. 'Toch is het zo. Ik heb het eens gelezen. Misantroop. .. mensenhater. Het komt misschien ook omdat de man al jaren alleen is. Dan word je op den duur wat zonderling. Flekkie bromde ook altijd tegen hem. Zo gauw ze buurman zag, trok ze haar lip op. Het dier voelde gewoon dat buurman haar niet mocht. Dieren ruiken dat. Wij mensen niet. Wij laten ons nog weleens belazeren. Maar een hond ... een hond belazer je niet. Als je niks met beesten op hebt... dat merken ze direct. Flekkie had dat toch heel erg. Als ik eens iemand op visite had en Flekkie begon tegen hem te brommen, dan zei ik tegen mijzelf: Marie, met die vent moet je niet verder gaan. Begrijpt u, ik vertrouwde op haar instinct.'
Haar onderlip begon te trillen. 'Het was zo'n lief beest, zo intelligent.' Zij pakte een zakdoekje en wiste een traan uit haar ogen.
'Ik heb haar gekregen toen mijn man stierf. Van mijn neef. Hij zei: Dan heb je wat afleiding.'
Ik knikte begrijpend. 'En nu denkt u dat buurman haar heeft vergiftigd?'
Zij borg haar zakdoekje weg. 'Dat denk ik, ja. Ziet u, misschien is het wel geen slecht mens, maar Flekkie mocht hem nu eenmaal niet. En dat liet ze blijken ook.' 
'Heeft iemand gezien dat buurman uw hond iets te eten heeft gegeven?'
Er kwamen weer tranen in haar ogen. 'Dat niet,' zei ze jammerend. 'Maar ze is dood.' 
Ik beloofde een onderzoek in te zullen stellen. 
Buurman, de misantroop, bleek een aardige oude baas, die de beschuldiging de hond te hebben vergiftigd vol verontwaardiging van de hand wees. 'Het dier bromde wel altijd tegen me, maar om zo'n beest nou kwaad te doen... dat komt toch gewoon niet bij je op.' 
Een half jaartje later kwam ik haar bij toeval tegen. Zij had een jonge spaniël aan de lijn. Zij zag er patent uit, blozend, opgewekt. 
'Hoe is het?' vroeg ik overbodig. 
Zij lachte vrolijk. 'Heel goed.'
Ik wees naar de jonge hond aardde lijn. 'Bromt hij ook tegen buurman?'
Zij draaide het hoofd iets weg. 'Ik heb hem van buurman gekregen.'
'Wat?' riep ik verrast.
Zij knikte nadrukkelijk. 'Hij woont nu bij mij in ... al een paar maanden. Het gaat heel goed. Misschien gaan we aan het eind van het jaar wel trouwen.' 
Ik grinnikte ongelovig. 'En Flekkie bromde altijd zo tegen hem.'
Er kwam een glans van vertedering op haar gezicht. 'Het stomme dier . . .' Zij trok de schouders op. 'Ze heeft zich vergist.'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week