Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 34

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 8
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1996

 

De Cock en de grijnzende wurger

 

Rechercheur De Cock van het aloude politiebureau aan de Amsterdamse Warmoesstraat trok met een wrevelig gebaar een proces-verbaal uit zijn schrijfmachine en wierp het in een lade van zijn bureau. Hij kwam uit zijn stoel overeind, slenterde naar het raam en bleef daar staan, zacht wiegend op de ballen van zijn voeten.
Dick Vledder, zijn jonge collega en trouwe hulp, liep op hem toe. Op zijn gezicht lag verbazing.
'Geen zin meer?'
De oude rechercheur bromde.
'We brengen veel te veel tijd achter die schrijfmachine door.'
'Wil je dat veranderen?'
De Cock schudde zijn hoofd.
'Elke rechercheur zijn eigen secretaresse.'
Vledder lachte vrolijk.
'Een mooie met een uitbundige buste.'
De Cock negeerde de opmerking.
'Wij zouden als rechercheur meer vrijheid van handelen moeten hebben en niet steeds gedwongen moeten zijn om elke stap die wij doen, elke actie die wij ondernemen, in rapporten en processen-verbaal te verantwoorden. De huidige advocaten zeuren direct over on-recht-ma-tig verkregen bewijs en dat soort onzin meer. Bewijs is volgens mij bewijs... niets meer en niets minder. Zolang wij geen tortuur toepassen...' Hij maakte zijn zin niet af en wees voor zich uit. 'Daar, aan het eind van de steeg is Ons' Lieve Heer op Solder, het mooiste en lieflijkste museum dat ik in Amsterdam ken. Maar om er vanuit dit bureau te komen, moet ik door die steeg en die is genoemd naar Heintje Hoeks, in zijn tijd een vervaarlijke en uiterst sluwe zeerover.' 
Hij spreidde zijn handen. 'Daarin schuilt een brok symboliek.'
'Waarvan?'
'Van ons werk... van ons werk als rechercheur. Om ons doel te bereiken zouden wij de vrijheid moeten hebben om desnoods over vreemde wegen te gaan.'
Vledder keek hem beteuterd aan.
'Ik begrijp je niet.'
De Cock zuchtte.
'Jaren geleden behandelde ik eens een inbraak, een inbraak in een groot magazijn van bontmantels. Echt, en mooie kraak. Niet ruw en onbehouwen, maar goed en degelijk uitgevoerd. Vroeger had je nog inbrekers die hun vak verstonden.
Uit mijn onderzoek bleek dat uit het grote magazijn alleen de duurdere mantels waren gestolen: hermelijnen en nertsen. Men was heel selectief te werk gegaan. De mindere bontsoorten had men laten hangen.
Ik kende in het wereldje van de penoze maar één man die iets van kraken... én van bont afwist. Dat was Handige Henkie. Ik ging naar hem toe en zei hem dat ik hem verantwoordelijk achtte voor die kraak, en stelde hem voor om mij de bontmantels terug te geven. Henkie lachte mij vierkant uit en vroeg: Waar is je bewijs?'
'Dat had je niet.'
De Cock schudde zijn hoofd.
'Nee, bewijs had ik niet. Ik nam hem toch mee naar het bureau voor een verhoor. Het leverde niets op. Het enige commentaar van Henkie was: Bewijs het mij maar. Uiteindelijk bracht ik hem naar de cel en dacht na. Ik kwam op een idee. Ik belde de eigenaar van het magazijn op en vroeg hem of hij mij een partij bontmantels kon bezorgen van dezelfde kwaliteit als die bij hem was gestolen. Dat kon, en nog dezelfde middag bracht hij mij de mantels. Hier, in de recherchekamer, smeet ik ze wat onverschillig op een paar tafels en haalde Handige Henkie uit zijn cel. 'Nou,' zei ik, wijzend naar het bont, 'heb je nog wat te zeggen?' Henkie slikte. 'Gut,' zei hij, 'heb je ze toch gevonden?"
Vledder schaterde het uit.
'Prachtig.'
De Cock knikte.
'Maar tijdens de terechtzitting,' sprak hij somber, 'ging de advocaat van Henkie furieus tegen mij tekeer. Volgens hem had ik als rechercheur onwettelijke en ongeoorloofde middelen gebruikt.'
'Dacht Henkie er ook zo over?'
De Cock glimlachte.
'Toen Henkie de waarheid vernam, vond hij het wel een goede mop. Hij werd later ook mijn vriend. Toen hij zijn straf had uitgezeten, gaf hij mij te kennen dat hij op het rechte pad wilde.' De oude rechercheur grinnikte. 'Ik heb hem toen een baantje als magazijnmeester bezorgd... in datzelfde magazijn waar hij had ingebroken. Hij werkt daar nog.'
De telefoon op het bureau van De Cock rinkelde. Vledder stapte naar het toestel, nam de hoorn op en luisterde. De oude rechercheur zag hoe het gezicht van zijn jonge collega verbleekte. Hij liep op hem toe.
'Wat is er?'
In zijn stem trilde onrust.
Vledder legde de hoorn op het toestel terug.
'Ze hebben een hoertje gevonden.'
'Dood?'
Vledder knikte. 
'Gewurgd.'

 

Zwarte Annie lag op haar rug. Poedelnaakt op haar peesbed. (bed waarop een prostituee haar klanten behandelt)
Haar linkerbeen was iets opgetrokken. Haar bruine ogen, in haar iets gezwollen gelaat, waren wijd opengesperd. Om haar slanke hals zat een strakgetrokken stropdas... rood, en van een opvallend design.
De Cock boog zich over de dode heen en ontdekte felle strangulatiestriemen. De oude speurder had in zijn lange loopbaan bij de Amsterdamse recherche vele slachtoffers van een verwurging gezien. Hij had hun autopsie door dokter Rusteloos bijgewoond en wist dat in het strottenhoofd van Zwarte Annie vele kraakbeenringetjes waren gebroken.
Hij kwam weer overeind en ontdekte naast het peesbed een gebruikt condoom. Hij wenkte Vledder naderbij.
'Laat alles fotograferen en als straks Ben Kreuger van de TOHD (Technische Opsporings- en Herkenningsdienst) komt, laat hem dan dat condoom meenemen voor het laboratorium. Misschien zitten er nog een paar schaamharen in en heeft de moordenaar een bijzondere bloedgroep.' Hij draaide zich half om en wees naar het lijk. 'En vraag of hij die stropdas, zonder er met zijn handen aan te komen, het liefst met een tang, in een plastic zak wil stoppen. Ik moet nog eens nadenken wat ik ermee kan doen. Misschien komen we nog eens tot een sorteerproef met een speurhond.'
Vledder keek naar hem op.
'Ga jij dan weg?'
De Cock wuifde omhoog.
'Ik ga even praten met Brabantse Truus. Zij is de eigenares van dit pandje.' Hij wierp nog een blik in het dode gezicht, voelde een lichte emotie van verdriet en slenterde het kamertje af.

 

Brabantse Truus zat ontdaan in haar fauteuil. Haar gezicht was bleek, met rode oogranden. Ze had gehuild.
Toen De Cock haar woonkamer binnenstapte, stond ze op.
'Dat moet die vent zijn geweest,' sprak ze snel. 'Het is vandaag toch vrijdag? Nou, dan komt zo rond deze klok altijd dezelfde vent bij Annie op bezoek.'
'Wat voor een vent?'
Brabantse Truus trok haar schouders op.
'Een vent... nogal een poenige kerel... rijk, denk ik. Hij rijdt altijd in een slee van een wagen. Hij is een vaste klant van Annie geworden. Ik heb hem nu al een paar weken achter elkaar op vrijdag zien komen.'
'Ook vandaag?'
Ze schudde haar hoofd.
'Nee, vandaag niet. Ik moet je eerlijk zeggen, De Cock, dat ik er vandaag niet op heb gelet. Ik heb van de week nogal wat sores aan mijn kop.'
'Wat voor auto heeft hij?'
Brabantse Truus trok opnieuw haar mollige schouders op. 'Ik ken die auto's niet uit elkaar.' Ze schuifelde op haar sloffen naar de schoorsteenmantel. 'Ik heb wel zijn kenteken... hier, op een papiertje. Dat heb ik vorige week opgeschreven.'
'Waarom?'
'Zomaar, omdat die vent mij niet aanstond.'
De Cock nam het papiertje van haar aan. Het was een hoekje van een krant gescheurd. De oude rechercheur bekeek het kenteken en wees naar de telefoon. 
'Mag ik even bellen?'

 

Toen De Cock weer beneden kwam, droegen de broeders van de Geneeskundige Dienst het dode lichaam van Zwarte Annie op een brancard naar hun ambulancewagen. Ze schoven haar naar binnen, sloten de achterdeuren en reden weg.
De oude rechercheur liep op Vledder toe.
'Zijn ze allemaal geweest?'
Vledder knikte en overhandigde hem een plastic zak.
'Hier heb je de stropdas.'
Ze slenterden vanuit het pandje van Brabantse Truus over de Achterburgwal terug naar de kit. Een leger van behoeftigen trok schuifelend aan de heertjes in het roze licht voorbij. Zwarte Annie was dood. De business ging gewoon door.
Het was druk in de Lange Niezel. Voor de seksshops vergaapten groepjes giechelende toeristen zich aan wouden van kunstpenissen en opblaasvrouwen. Voor de peepshow stonden mannen in de rij.
In de Warmoesstraat stapten de rechercheurs het politiebureau binnen. In de hal, voor de balie, bleef De Cock staan. Hij tastte in de binnenzak van zijn colbert en nam daaruit zijn aantekenboek. Na enig nadenken scheurde hij er een velletje uit en gaf dat aan Vledder.
'Arresteer die man.'
De jonge rechercheur las hardop.
'Gerardus van Aardenburg.' Hij keek naar De Cock.
'Is dat de moordenaar?'
De oude rechercheur gebaarde wat vaag in de ruimte.
'Hij is verdachte.'
Brabantse Truus had gelijk. Gerardus van Aardenburg maakte een poenige indruk. De Cock keek hem scherp observerend aan. Hij had een rond, glimmend gezicht, waarin de groene ogen bijna achter rode, bolle wangen schuilgingen. De oude rechercheur had hem enige uren in de cel laten afkoelen voor hij aan zijn verhoor begon.
'U kende Zwarte Annie?' opende hij voorzichtig.
Gerardus van Aardenburg zwaaide met zijn arm.
'Ja, ik heb die hoer gekend. Maar wat zegt dat? U hebt geen enkel recht om mij hier vast te houden. Ik ben onschuldig. Ik heb dat kind niet omgebracht.'
'U kwam toch elke vrijdag bij haar?'
Gerardus van Aardenburg knikte.
'Sinds een paar weken.' Hij zwaaide opnieuw. Heftig. 'Maar vandaag niet. Ik ben vandaag niet bij haar op bezoek geweest. Ik heb ook een alibi.'
De Cock schoof zijn onderlip vooruit.
'Een alibi kan men kopen... als men rijk is. En als ik goed ben geïnformeerd, dan bent u een gefortuneerd man.'
Van Aardenburg schudde zijn hoofd.
'Ik zeg geen woord meer... geen woord voor ik met mijn advocaat heb gesproken.'
De Cock knikte gelaten.
Hij probeerde nog een paar maal door de ontkenningen van de man heen te komen. Toen dat niet lukte, liet hij hem naar zijn cel terugbrengen en dacht na. Na een halfuurtje had hij een idee. Toen hij het had uitgewerkt, wenkte hij Vledder.
'Ik had gehoopt op een vlotte bekentenis,' sprak hij somber. 'Ik zie die bekentenis niet komen en juridisch gezien hebben we ook geen been om op te staan. Bel de wachtcommandant, zeg hem dat hij Van Aardenburg rijn spulletjes van de fouillering teruggeeft en dat hij hem in vrijheid stelt.'
Toen Vledder had gebeld en de hoorn had neergelegd, vroeg De Cock zijn jonge collega of hij hem wilde volgen.
Snel daalden ze de trappen af en liepen het bureau uit. Op de hoek van de Heintje Hoekssteeg bleef De Cock staan.
'Wat doen wij hier?' vroeg Vledder.
'Wachten tot Van Aardenburg het bureau uitkomt.'
'En?'
'Ik ben benieuwd of hij een stropdas om heeft.'
Vledder keek hem niet-begrijpend aan.
'Hij droeg een stropdas toen ik hem arresteerde.'
De Cock knikte. Hij stak zijn hand in een zijzak van zijn colbert en trok daar een deel van een stropdas uit.
'Deze, deze had hij om.'
Van Aardenburg liep het politiebureau uit. Op zijn vet gezicht lag een grijns. Vledder hijgde.
'Hij draagt een stropdas.'
In zijn stem vibreerde ongeloof.
Om de mond van De Cock speelde een flauwe glimlach.
'Arresteer hem opnieuw. Het is de stropdas waarmee Zwarte Annie werd gewurgd. Ik heb ze in het kistje van de fouillering verwisseld.'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week