Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 37

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 3
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Fouilleren

 

Wij zijn blij met onze vrouwelijke collega's. Vooral de jongere agenten. Er zijn er nogal wat die in de politiedienst hun levensgezellin hebben gevonden. 
Na een aarzelend begin zijn de vrouwen niet meer uit ons korps weg te denken.
Toen zij pas hun intrede in het korps hadden gedaan, werden zij op het hoofdbureau van politie, keurig van de mannen gescheiden, in een paar gelijkvloers gelegen kamers opgeborgen. De leiding werd in handen gelegd van een oudere brigadier met een ijzersterk huwelijk. Hij kreeg prompt de titel harembewaarder. 
Sindsdien is er veel veranderd. Aanvankelijk waren er alleen vrouwen bij de kinder- en zedenpolitie. Nu draaien zij volledig in de dienst mee. In elk district zijn vrouwelijke collega's werkzaam, met uitzondering van de Warmoesstraat.
De korpsleiding heeft het nog niet aangedurfd vrouwen in ons district te laten surveilleren. Er zijn vrouwelijke agenten die dit discriminerend vinden, in strijd met de emancipatiegedachte. Mij lijkt het een wijs besluit. Het is nogal ruw en rumoerig in en om het politiebureau aan de Warmoesstraat.
Maar een enkele keer komen ze ... om te fouilleren. Het is voorschrift dat elke arrestant aan het bureau wordt gefouilleerd. Bij mannelijke arrestanten is dat aan de Warmoesstraat geen probleem, maar wanneer vrouwen tot op het lijf moeten worden bekeken, stuit men toch op ethische, morele en weet-ik-veel bezwaren. 
Vroeger woonde schuin tegenover het politiebureau aan de Warmoesstraat de oude mevrouw Bolmers. Zij fouilleerde de vrouwelijke arrestanten. Zij kreeg daarvoor slechts een schamel bedrag. Toch was zij er erg goed in. Als mevrouw Bolmers zei dat de vrouwelijke arrestant niets bij zich had dat voor het onderzoek van belang was, dan kon men daarvan op aan. 
Zij onderzocht bij de vrouwen elk plekje, hoe intiem ook. Prostituees hadden wel de gewoonte geroofd geld in hun geslachtsorgaan te verstoppen. Bij mevrouw Bolmers hadden zij geen schijn van kans. 
De slechtere vrouwen van de Wallen hadden een hekel aan haar. Zij scholden haar uit, spuwden haar in het gezicht. Het deerde mevrouw Bolmers niet. Zij was fouilleerster en deed haar werk. 
Op een dag kwam er een order dat vrouwelijke arrestanten in het vervolg door vrouwelijke agenten dienden te worden gefouilleerd. Het oude instituut van 'fouilleerster' werd opgeheven. 
Onze legendarische brigadier Ome Jaap Westerdorp, een Zeeuw doch vergroeid met het bureau Warmoesstraat, had een prostituee laten oppakken die ervan werd verdacht een klant te hebben beroofd. 
De prostituee dompelde zich in onschuld, maar Ome Jaap was ervan overtuigd dat de vrouw het geld nog bij zich had. Hij vroeg voor de fouillering aan het hoofdbureau een vrouwelijke agent. 
Zij kwam . . . een lief blond kind uit het noorden des lands, pas van de politieschool. 
Ome Jaap bracht haar bij de prostituee in een kamertje en deed de deur achter haar dicht. Na tien minuten kwam rij terug en schudde het blonde hoofd. 'Ze heeft niets bij zich.' 
Ome Jaap keek haar aan, zoekend naar een gepaste formulering. 'Heb ... eh, heb je in ... eh, in haar doos gekeken?' 
De vrouwelijke agent keek verrast op. 'Doos?' stamelde zij. 'Ze had geen doos bij zich. Alleen een tasje.'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week