|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau
Warmoesstraat deel 3 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1993 |
|
Recht
Ik lig met het begrip Recht overhoop. Ik weet het
niet zo precies meer. En ik vraag mij af of ik het ooit wel goed heb
geweten.
Om mij wat klaarheid te verschaffen nam ik een betrouwbare
encyclopedie ter hand. Tot mijn verbijstering las ik achter het
trefwoord Recht de woorden: Kan niet gedefinieerd worden.
Toen ik daar eens over nadacht, besefte ik dat ik in een moeilijk
parket was geraakt. Want wat was mijn taak als rechercheur?
Het was mij bij mijn opleiding duidelijk overstaan gegeven: ik
diende het Recht te handhaven. Goed, ik was daartoe bereid. Ik vond
Recht wel een aardig woord. Het had zo'n positieve klank en kwam
voor in indrukwekkende verbindingen, zoals Gerechtigheid,
Rechtvaardigheid, Rechtszekerheid. Maar als Recht niet gedefinieerd
kan worden, wat handhaaf ik? En welke betekenis hebben dan die
fraaie woorden?
Volledig in de put stapte ik naar de officier van justitie. Hij
moest het weten. Volgens de boeken is hij 'de handhaver win het
recht bij uitnemendheid'. Hij ontving mij hartelijk en ik legde hem
mijn probleem voor.
'Wat!' riep de officier. 'Een rechercheur met dertig jaar trouwe
dienst weet niet wat Recht is?'
'Hel is beschamend,' zei ik met gebogen hoofd. 'Maar het is zo.' Ik
slikte. 'Daarom ben ik ook gekomen. Als u mij eren zegt wat Recht
is, kan ik zo weer aan het werk.'
'Dat is nogal simpel, zou ik zeggen. Recht is . ..' De stem van de
officier van justitie stokte.
'Zeg hé, dat is merkwaardig. Ik weet het niet. Ik heb er eigenlijk
nooit zo over nagedacht.' Hij begon door de kamer te ijsberen. 'Het
is verschrikkelijk.' Plotseling bleef hij staan.
'Ik heb een idee,' zei hij. 'We gaan naar de president van de
rechtbank. Hij moet het weten. Hij spreekt dagelijks recht. Hij
heeft vrijwel zijn hele lange leven recht gesproken. Ik neem aan dat
hij weet waarover hij het al die tijd heeft gehad.'
We troffen de president van de rechtbank in zijn werkkamer. Hij was
nog in toga, want hij had zojuist recht gesproken.
De officier en ik legden hem ons probleem voor.
'Maar mijne heren,' riep de president, 'dat is toch wel het
toppunt.' Hij schudde van pure verontwaardiging het grijze hoofd.
Ik stak wat beverig een vinger op. 'Meneer de president,' zei ik,
'de officier en ik zijn zeker van goede wil. Wij willen best het
recht handhaven. Wij weten alleen niet wat het is. Als u het ons
even vertelt. . .'
Het gezicht van de president klaarde op.'Als dat alles is.'
'Dat is alles,' zei de officier.
'Mijne heren,' begon de president opgewekt, 'recht is . . .'
Verder kwam hij niet. Zijn gezicht betrok. 'Het is ontzettend,'
prevelde hij. 'Ik weet het niet.'
'Maar meneer de president,' riep de officier verontwaardigd.
'Ja, stil maar. Ik weet wat u zeggen wilt. Ik heb jaren recht
gesproken. Ik heb jaren iets uitgesproken dat niet te definiëren
valt. Het is een verbijsterende ontdekking.'
Wij stonden er alle drie verslagen bij. Plotseling veerde de
president op.
'Dat mag zo niet doorgaan,' sprak hij ferm. 'We moeten daar een
einde aan maken. Alle rechtzittingen moeten voorlopig worden
geschorst. We zullen eerst onder elkaar moeten uitmaken wat recht
is. Eerder kunnen we niet verder.'
Dit is geen waar verhaal. Natuurlijk niet. Morgen zijn de
politiebureaus en de paleizen van justitie gewoon open. U kunt
aangifte doen van diefstal van uw brommer of een eis indienen tot
echtscheiding. Want recht of niet - het bedrijf gaat door.
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|