Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 38

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 3
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Recht

 

Ik lig met het begrip Recht overhoop. Ik weet het niet zo precies meer. En ik vraag mij af of ik het ooit wel goed heb geweten.
Om mij wat klaarheid te verschaffen nam ik een betrouwbare encyclopedie ter hand. Tot mijn verbijstering las ik achter het trefwoord Recht de woorden: Kan niet gedefinieerd worden.
Toen ik daar eens over nadacht, besefte ik dat ik in een moeilijk parket was geraakt. Want wat was mijn taak als rechercheur?
Het was mij bij mijn opleiding duidelijk overstaan gegeven: ik diende het Recht te handhaven. Goed, ik was daartoe bereid. Ik vond Recht wel een aardig woord. Het had zo'n positieve klank en kwam voor in indrukwekkende verbindingen, zoals Gerechtigheid, Rechtvaardigheid, Rechtszekerheid. Maar als Recht niet gedefinieerd kan worden, wat handhaaf ik? En welke betekenis hebben dan die fraaie woorden?
Volledig in de put stapte ik naar de officier van justitie. Hij moest het weten. Volgens de boeken is hij 'de handhaver win het recht bij uitnemendheid'. Hij ontving mij hartelijk en ik legde hem mijn probleem voor.
'Wat!' riep de officier. 'Een rechercheur met dertig jaar trouwe dienst weet niet wat Recht is?'
'Hel is beschamend,' zei ik met gebogen hoofd. 'Maar het is zo.' Ik slikte. 'Daarom ben ik ook gekomen. Als u mij eren zegt wat Recht is, kan ik zo weer aan het werk.' 
'Dat is nogal simpel, zou ik zeggen. Recht is . ..' De stem van de officier van justitie stokte. 
'Zeg hé, dat is merkwaardig. Ik weet het niet. Ik heb er eigenlijk nooit zo over nagedacht.' Hij begon door de kamer te ijsberen. 'Het is verschrikkelijk.' Plotseling bleef hij staan.
'Ik heb een idee,' zei hij. 'We gaan naar de president van de rechtbank. Hij moet het weten. Hij spreekt dagelijks recht. Hij heeft vrijwel zijn hele lange leven recht gesproken. Ik neem aan dat hij weet waarover hij het al die tijd heeft gehad.'
We troffen de president van de rechtbank in zijn werkkamer. Hij was nog in toga, want hij had zojuist recht gesproken.
De officier en ik legden hem ons probleem voor. 
'Maar mijne heren,' riep de president, 'dat is toch wel het toppunt.' Hij schudde van pure verontwaardiging het grijze hoofd.
Ik stak wat beverig een vinger op. 'Meneer de president,' zei ik, 'de officier en ik zijn zeker van goede wil. Wij willen best het recht handhaven. Wij weten alleen niet wat het is. Als u het ons even vertelt. . .'
Het gezicht van de president klaarde op.'Als dat alles is.' 
'Dat is alles,' zei de officier.
'Mijne heren,' begon de president opgewekt, 'recht is . . .' 
Verder kwam hij niet. Zijn gezicht betrok. 'Het is ontzettend,' prevelde hij. 'Ik weet het niet.' 
'Maar meneer de president,' riep de officier verontwaardigd.
'Ja, stil maar. Ik weet wat u zeggen wilt. Ik heb jaren recht gesproken. Ik heb jaren iets uitgesproken dat niet te definiëren valt. Het is een verbijsterende ontdekking.' 
Wij stonden er alle drie verslagen bij. Plotseling veerde de president op.
'Dat mag zo niet doorgaan,' sprak hij ferm. 'We moeten daar een einde aan maken. Alle rechtzittingen moeten voorlopig worden geschorst. We zullen eerst onder elkaar moeten uitmaken wat recht is. Eerder kunnen we niet verder.'
Dit is geen waar verhaal. Natuurlijk niet. Morgen zijn de politiebureaus en de paleizen van justitie gewoon open. U kunt aangifte doen van diefstal van uw brommer of een eis indienen tot echtscheiding. Want recht of niet - het bedrijf gaat door.

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week