Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 44

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 3
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Hulp

 

Ons blauwwit gestreepte drenkelingenpak slobberde om haar magere lijf. Uit het lange, wat piekerige haar drupte nog het vuile grachtwater.
Ik schatte haar op achter in de twintig. Zij had dunne lippen, een spitse neus en lichtgroene ogen in een bleek ovaal gezichtje.
De diender die haar had binnengebracht, knikte in haar richting. 'Ik heb haar samen met agent Jongsma uit het water gehaald.' 
'Waar?'
'De Brouwersgracht bij de Melkmeisjesbrug.' 
'En waar is agent Jongsma?'
De jonge diender gebaarde achter zich. 'In het Binnengasthuis. Hij wordt onderzocht. Hij heeft nogal wat vuil grachtwater binnengekregen. De wachtcommandant vond het beter dat hij...' 
Ik knikte begrijpend.
De diender snoof, wees naar de vrouw. 'Wij hebben nogal wat moeite met haar gehad. Zij wilde helemaal niet gered worden. Toen Jongsma in de gracht sprong en haar vastpakte, beet zij in zijn hand.'
Ik keek naar de tengere vrouw. Zij zat wat apathisch op de stoel voor mijn bureau. 'Hoe kwam u in het water van de gracht terecht?' opende ik vriendelijk. 
Zij blikte van mij weg. 'Gesprongen,' zei zij kortaf. 
Ik krabde mij achter in de nek, zocht naar woorden om het gesprek voort te zetten. 'Hoe heet u?' 
'Ansje de Vries.' 
'U bent getrouwd?' 
'Ja.' 
'Kinderen?'
'Drie.'
Ik boog mij wat vertrouwelijk naar haar toe. 'Kinderen hebben een moeder nodig.'
Zij draaide zich met een ruk naar mij toe. 'En een vader,' reageerde zij fel.
'Hebben ze die niet?' vroeg ik voorzichtig. 
Er kwam een wrange grijns op haar gezicht. 'En wat voor een. Een vent die hoert en snoert met zo'n del.' 
'Sprong u daarom in de gracht?' 
Zij knikte traag. 'Ik heb hem wel honderdmaal gevraagd die meid los te laten. Hij heeft het mij ook wel honderdmaal beloofd, maar hij gaat gewoon door.' 
'En vandaag was de maat vol?'
Zij keek mij treurig aan. 'Precies. Ik was het zat. Ik zag het gewoon niet meer zitten.' Zij zweeg even, vingerde wat. 'Het was dom ... vind ik... nu ... achteraf.' 
Op dat moment kwam een jongeman de recherchekamer binnenstappen. Hij was op een weke manier knap en had een weelde van zwart golvend haar. Hij wees op de vrouw in het drenkelingenpak. 'Dat is mijn vrouw. Ik kom haar ophalen.'
Ik zag hoe het gezicht van de jonge diender verbleekte. 'Dat is uw vrouw?' vroeg hij verwonderd. 
De jongeman knikte. 'Mijn vrouw,' herhaalde hij. 
De adamsappel van de jonge diender wipte op en neer. 'U ... u . . ., u,' stotterde hij, 'u stond tussen de omstanders aan de wallekant te kijken, terwijl mijn collega en ik de grootste moeite hadden om uw vrouw uit de gracht te halen.' Hij grinnikte van ongeloof. 'U stak geen hand uit.'
De jongeman keek verrast op. In zijn ogen blonk verontwaardiging. 'Voor zulke dingen worden jullie toch betaald... ik niet.'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week