|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau
Warmoesstraat deel 3 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1993 |
|
Namaak
Zij kwam wat schuchter de recherchekamer binnen en
keek vragend om zich heen. Ik schatte haar op achter in de veertig.
Zij was keurig gekleed in een ijzersterk mantelpakje van grijs
tweed.
Ik bood haar een stoel aan voor mijn bureau.
'Wat kan ik voor u doen?' opende ik vriendelijk.
Zij ging zitten en schoof dicht naar mij toe. Er straalde iets liefs
van haar uit, een blijde gemoedelijkheid. 'Er is bij ons ingebroken.
Ik heb er gisteren al over gebeld. Er is ook een rechercheur van de
technische dienst bij mij geweest. Voor vingerafdrukken. En nu kom
ik nog even aangifte doen.'
Ik knikte begrijpend.
'Is er veel weg?'
Zij scharrelde wat nerveus in haar handtasje en gaf mij een
verkreukeld blocnotevelletje. 'Wat geld. . . bijna tweehonderd
gulden, en dan mijn kistje met sieraden.'
Ik pakte de schrijfmachine en begon de aangifte uit te tikken. Toen
ik daar al bijna mee klaar was, onderbrak ze mij.
'Er is ook nog een witgouden horloge weg met een witgouden band. Het
is een heel duur dameshorloge. Het heeft zeker wel drieduizend
gulden gekost. Er zitten kleine briljantjes om de cijferplaat.'
Ik bekeek nog eens het blocnotevelletje.
'Het staat niet op uw lijstje.'
Ze schudde het hoofd. 'Mijn man wilde niet dat ik het opgaf.'
'Het is het duurste stuk,' reageerde ik verbaasd.
Zij trok de schouders op. 'Mijn man wilde het per se niet op het
lijstje hebben. Maar ik vind het toch wel zonde. Ziet u, ik ben erg
aan het horloge gehecht. Het is het enige mooie geschenk dat ik ooit
van mijn man heb gekregen.'
Ik gebaarde nonchalant en tikte haar aangifte verder uit. Ongeveer
een week later grepen wij een jongeman, die zich in het inbreken in
etagewoningen had gespecialiseerd. Bij huiszoeking trof ik het
sieradenkistje. Buiten het witgouden horloge met briljantjes was het
leeg. Toen ik de jongeman verhoorde, vroeg ik hem waarom hij het
dure horloge nog niet zoals de andere sieraden had verpatst.
Hij keek mij grijnzend aan. 'Het is een neppert. Het lijkt wel heel
echt, maar het is Italiaanse namaak. Je koopt die dingen in een café
voor een paar tientjes. Ik heb het geprobeerd, maar je raakt het aan
de straatstenen niet kwijt.'
De volgende dag liet ik de vrouw komen en gaf haar het kistje en het
horloge terug. Met een teder gebaar streek zij met haar wijsvinger
over de band en keek vervolgens naar mij op. 'Mooi, hè?'
Ik knikte traag en keek toe hoe zij het horloge voorzichtig in haar
tasje borg.
'Zeg tegen uw man,' zei ik, 'dat hij u vooral op "waarde" moet
schatten.'
Zij reageerde niet. Met het tasje onder een arm geklemd stapte zij
blij de kamer uit.
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|