|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat
deel 1 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1993 |
|
Hartstocht
Met zijn linkerarm in een zwarte draagdoek
kwam hij wild en met een rood hoofd de recherche kamer binnen. Zijn
zware slappen dreunden. Vanuit zijn rechtermouw gleed een broodmes,
dat hij kletterend op mijn bureau wierp.
'Hiermee heen ze het gedaan.'
Ik keek naar hel gekartelde mes, waaraan wat geronnen bloed kleefde.
'Wat?'
Hij wees naar de arm in de doek. 'Gestoken.'
'Wie?'
'Mijn vrouw.'
'Zomaar?'
Hij trok zijn schouders op. 'Ik wilde haar even aanhalen, begrijpt
u. Gewoon een beetje lief tegen d'r zijn.'
'En toen stak ze?'
'Ja. Ze greep plotseling het broodmes van tafel en stak mij in mijn
arm. Een flinke jaap. Ik ben blij dat er geen slagaderen
zijn geraakt.'
Ik monsterde de slordig geknoopte mitella. 'U bent er nog niet mee
naar een ziekenhuis geweest?'
'Nee. ik heb er zelf maar een verbandje om gelegd en toen heb ik
haar naar het bureau gebracht.'
'Uw vrouw?' vroeg ik
ongelovig.
'Ja. Ze moet toch gestraft worden?'
Ik antwoordde niet. Mannen die
hun eigen vrouw naar een politiebureau brengen om gestraft te
worden, hebben doorgaans niet mijn sympathie. Ik bracht hem zonder
wat te zeggen naar een verhoorkamertje en deed de deur achter hem
dicht. Daarna liet ik de vrouw boven komen. Ik schatte haar op voor
in de dertig... een klein mager vrouwtje met
een lief, bleek gezichtje. 'U hebt uw man gestoken?' begon ik
vriendelijk.
Ze knikte bedeesd.
'Met dit mes?'
Ze knikte opnieuw en duwde met een duidelijk gebaar van afschuw het
broodmes wat verder van zich af.
'Waarom?'
Ze zei niets, kneep haar lippen op elkaar.
'Waarom?' herhaalde ik. 'Ik neem niet aan dat u er een gewoonte van
maakt uw man met een broodmes te bewerken?'
Ze zuchtte heel diep. 'Mijn
ma...' startte ze aarzelend, 'mijn man loopt al een hele tijd in de
ziektewet. Hij kan zijn werk niet doen, maar verder is hij
kerngezond. Omdat de uitkering niet zo hoog is, ben ik erbij gaan
werken. Interieurverzorgster heet dat tegenwoordig. Maar ik ben
gewoon werkster en ik moet hard voort.'
Ze zweeg even en staarde voor
zich uit. 'Mijn man doet de hele dag niets en hij eet goed. Begrijpt
u. Hij heeft er vaak zin in. Als ik 's middags van mijn werk
thuiskom, staat hij al op mij te wachten. Ik krijg nauwelijks tijd
om op adem te komen. 's Avonds mag de televisie niet aan. Dat leidt
af, zegt hij. En ik zit er zo graag even bij te soezen. Begrijpt u.
Ik ben vaak doodmoe.'
Ze streek met haar hand langs haar ogen. 'Vanavond had ik het niet
meer. Toen hij voor de zoveelste keer op mij afkwam, zei ik "Alfred,
nee, niet meer". Maar hij wilde niet luisteren. Hij wil nooit naar
mij luisteren. Als hij zijn zinnen erop heeft gezet, dan...'
'U pakte het mes.'
Ze knikte traag. 'Ik wilde hem niet steken. Dat heb ik ook niet
gedaan. Hij liep er blind in.'
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|