|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat
deel 1 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1993 |
|
Leergeld Ik merkte
haar eerst op, toen ze al naast mij stond. Ze glimlachte, warm,
ontwapenend en wees achter zich naar de deur. 'Ik heb geklopt,' zei
ze wat zangerig. 'Een paar maal wel. Toen ik niets hoorde, ben ik
maar naar binnen gegaan.'
Ik zag ineens hoe mooi ze was. Uitzonderlijk. Niet klassiek of
ingetogen, maar frivool, sexy met een weelde aan
vormen, die Rubens verheugd naar het palet had doen grijpen. 'Wat
kan ik voor u doen?' vroeg ik beverig.
Ze zuchtte. 'Mijn vriend heeft al mijn geld gestolen.'
'Uw vriend?' reageerde ik verbaasd.
Ze knikte. 'Uit onze hotelkamer.'
'U... eh, u had samen een kamer?'
Ze knikte opnieuw. 'We logeren een paar dagen in Amsterdam.
Vakantie. Vanavond kregen we wat woorden. Plotseling pakte hij mijn
beursje met geld en verdween. Ik heb hem niet meer teruggezien.'
Ik boog mij iets naar haar toe. 'U wilt toch niet echt een aangifte
tegen uw vriend doen?'
Ze schudde weifelend het hoofd. 'Maar.. . misschien kunt u hem
opsporen voor hij het allemaal heeft opgemaakt.
Het is alles bij elkaar toch een paar honderd
gulden.'
Ik beloofde naar vriendlief te zullen uitkijken, nam naam en
signalement van hem op en noteerde het adres van het hotel waar ze
verbleef.
Ze was nog geen kwartier vertrokken, toen twee agenten een wat
verfomfaaide jongeman binnenbrachten. Ik herkende hem direct als de
vriend. 'Waar brengen jullie hem voor?' vroeg ik.
De oudste agent gebaarde naar de jongeman. 'Hij was bij een hoertje,
maar hij was zo lastig en had zoveel wensen, dat ze hem de straat
heeft opgeschopt. Toen we langskwamen, stond hij voor de deur te
schelden. Om moeilijkheden te voorkomen hebben we hem maar
meegenomen.'
Ik pakte de jongeman bij de arm en nam hem apart. 'Heb je nog wat
over?' vroeg ik vriendelijk.
Hij keek mij niet-begrijpend aan.
'Van dat geld,' verduidelijkte ik. 'Van je vriendin.'
Ik las verbazing in zijn ogen. 'U weet het?'
Ik knikte. 'Ze is bij mij geweest om te zeggen, dat je al haar geld
hebt gestolen.'
Ik zag dat hij verkrampte.
'Gestolen,' riep hij woest. 'Ik heb het niet gestolen. Ze heeft het
mij gegeven.'
Hij aarzelde even.
'Ze... ze zegt altijd dat ik het in bed niet zo best doe. Vanavond
op de kamer hadden we daar weer woorden over.
Plotseling pakte ze haar beursje en smeet het naar mij toe.
"Hier, "riep ze, "ga naar de Walletjes. Misschien kunnen ze je daar
wat leren.'"
'En toen ben je gegaan?'
'Ja, ik was pisnijdig.'
Een paar minuten later was ik bij haar. Ze bloosde een beetje. 'Het
is dus waar,' stelde ik.
Ze knikte met gebogen hoofd.
'Maar waarom ging je dan naar de politie?'
Ze keek naar mij op, het hoofd een beetje schuin. 'Ik vond het
achteraf toch wel zonde van het geld.'
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|