Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 74

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 1
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Leergeld

 

Ik merkte haar eerst op, toen ze al naast mij stond. Ze glimlachte, warm, ontwapenend en wees achter zich naar de deur. 'Ik heb geklopt,' zei ze wat zangerig. 'Een paar maal wel. Toen ik niets hoorde, ben ik maar naar binnen gegaan.'
Ik zag ineens hoe mooi ze was. Uitzonderlijk. Niet klassiek of ingetogen, maar frivool, sexy met een weelde aan
vormen, die Rubens verheugd naar het palet had doen grijpen. 'Wat kan ik voor u doen?' vroeg ik beverig.
Ze zuchtte. 'Mijn vriend heeft al mijn geld gestolen.'
'Uw vriend?' reageerde ik verbaasd.
Ze knikte. 'Uit onze hotelkamer.'
'U... eh, u had samen een kamer?'
Ze knikte opnieuw. 'We logeren een paar dagen in Amsterdam. Vakantie. Vanavond kregen we wat woorden. Plotseling pakte hij mijn beursje met geld en verdween. Ik heb hem niet meer teruggezien.'
Ik boog mij iets naar haar toe. 'U wilt toch niet echt een aangifte tegen uw vriend doen?'
Ze schudde weifelend het hoofd. 'Maar.. . misschien kunt u hem opsporen voor hij het allemaal heeft opgemaakt.

Het is alles bij elkaar toch een paar honderd gulden.'
Ik beloofde naar vriendlief te zullen uitkijken, nam naam en signalement van hem op en noteerde het adres van het hotel waar ze verbleef.
Ze was nog geen kwartier vertrokken, toen twee agenten een wat verfomfaaide jongeman binnenbrachten. Ik herkende hem direct als de vriend. 'Waar brengen jullie hem voor?' vroeg ik.
De oudste agent gebaarde naar de jongeman. 'Hij was bij een hoertje, maar hij was zo lastig en had zoveel wensen, dat ze hem de straat heeft opgeschopt. Toen we langskwamen, stond hij voor de deur te schelden. Om moeilijkheden te voorkomen hebben we hem maar meegenomen.'
Ik pakte de jongeman bij de arm en nam hem apart. 'Heb je nog wat over?' vroeg ik vriendelijk.
Hij keek mij niet-begrijpend aan.
'Van dat geld,' verduidelijkte ik. 'Van je vriendin.'
Ik las verbazing in zijn ogen. 'U weet het?'
Ik knikte. 'Ze is bij mij geweest om te zeggen, dat je al haar geld hebt gestolen.'
Ik zag dat hij verkrampte.
'Gestolen,' riep hij woest. 'Ik heb het niet gestolen. Ze heeft het mij gegeven.'
Hij aarzelde even.
'Ze... ze zegt altijd dat ik het in bed niet zo best doe. Vanavond op de kamer hadden we daar weer woorden over.
Plotseling pakte ze haar beursje en smeet het naar mij toe.
"Hier, "riep ze, "ga naar de Walletjes. Misschien kunnen ze je daar wat leren.'"
'En toen ben je gegaan?'
'Ja, ik was pisnijdig.'
Een paar minuten later was ik bij haar. Ze bloosde een beetje. 'Het is dus waar,' stelde ik.
Ze knikte met gebogen hoofd.
'Maar waarom ging je dan naar de politie?'
Ze keek naar mij op, het hoofd een beetje schuin. 'Ik vond het achteraf toch wel zonde van het geld.'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week