|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat
deel 1 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1993 |
|
Schijn
Een ieder weet tegenwoordig wel wat onder 'image-building'
wordt verstaan. Het komt van het Engelse 'to build', wat bouwen,
maken of vormen betekent. We kennen het ook uit 'body-building', een
ander modewoord, dat een ruime verbreiding heeft gekregen.
Nu bestaat er tussen body- en image-building feitelijk weinig
verschil. Het is beide bouwen aan een beeld. Image-building is
alleen wat subtieler, geestelijker, meer verfijnd.
Vergis u niet. .. zeker niet minder inspannend. Voor velen is het
een aanhoudende zorg. Ze zijn er van de vroege ochtend tot de late
avond mee bezig. Ja, zelfs het dessin van de pyjama, waarin zij voor
de nacht hun ledikant bestijgen, wordt gezien in het licht van hun
image . . . wat dat ook zijn moge.
Want dat is het fijne van image: het is oneindig variabel. Ieder
bouwt aan een image van eigen keus, een presentatiebeeld waar hij of
zij denkt het best mee voor de dag te kunnen komen. Let wel, het is
geen echt beeld... geen beeld dat aanslaat bij de ware
persoonlijkheid van de image-builder... neen, het is een
schijngestalte... een verbeelding.
Het verwarrende is nu, dat wij onze medemensen vaak op hun
'schijngestalte' beoordelen.
Van de week kwam kalm, bedaagd, een rijzige gestalte de
recherchekamer van het bureau Warmoesstraat binnenschrijden. Hij was
een man, die naar mijn schatting de leeftijd der zeer sterken al had
bereikt.
Hij had het uiterlijk van een goedheilig Sint-Nicolaas met vakantie
of een oudtestamentisch profeet in ruste. Lang bijna witgrijs haar
golfde overvloedig van onder een zwarte gleufhoed met brede rand en
een volle baard lag imponerend op een stemmig zwart vest met
knoopjes.
Ik kwam haastig van achter mijn bureau vandaan en trad de eerwaarde
vriendelijk ambtelijk glimlachend tegemoet. Daarna boog ik beleefd
en bood hem wuivend een stoel aan.
De wijze waarop hij bezit van de zetel nam, getuigde opnieuw van
zijn ouderdom en waardigheid. Hij trok de knieën van zijn pantalon
wat op en plukte een onzichtbaar pluisje van een messcherpe vouw.
Ik vroeg mij af wat de man naar het politiebureau had gevoerd.
Vermoedelijk hadden laaghartige karakters van zijn goedheid misbruik
gemaakt. Er waren zelfs lieden die er niet voor terugdeinsden zo'n
waardige oude man te beroven.
Ik nam mij heilig voor alles te ondernemen om aan de oude recht te
doen geschieden. Beleefd vroeg ik naar naam en adres. Ik had dit
juist genoteerd, toen een jonge diender wat verhit op mij toestapte.
'Sorry,' hijgde hij, 'ik was even bezig. Maar je hebt hem al onder
verhoor, zie ik.'
'Wie?' vroeg ik niet-begrijpend.
Hij wees op mijn eerbiedwaardige grijsaard. 'Hem. Hij was een
halfuurtje geleden bij een hoertje op de gracht. Toen ze even niet
keek, heeft hij haar portemonnaitje gegapt.'
'Hij?' vroeg ik verbijsterd.
De jonge diender knikte. 'Ik zal je straks het proces-verbaal
geven.'
Het tolde mij een beetje. Ik kneep beide ogen stijf dicht.
'Is er wat?' vroeg de jonge diender bezorgd.
Ik schudde mijn hoofd. 'Nee,' zei ik traag, 'de schijn bedriegt.'
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|