Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 82

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 1
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Een mep

 

Hij was nog half 'dizzy' toen ik hem uit de cel haalde. De wachtcommandant had een dokter bij hem laten komen, omdat hij sinds zijn arrestatie klaagde over duizeligheid. Maar buiten een oppervlakkige buil aan het achterhoofd had de arts geen afwijkingen kunnen constateren.
In het proces-verbaal van zijn aanhouding stond dat hij na een anoniem telefoontje in bewusteloze toestand op straat was aangetroffen. Pal boven de plek waar hij lag was een raam van een winkeldeur verbroken. Met een glassnijder was bij het slot een halfrond gat gesneden.
Nog voor de agenten de geneeskundige dienst hadden gewaarschuwd, kwam de man weer bij. Met zijn linkerhand streek hij over zijn achterhoofd. In zijn rechterhand had hij een glassnijder.
Ik zette hem op de stoel naast mijn bureau en keek hem eens aan. Hij maakte een krachtige indruk. Kort, stevig gebouwd, met machtige schouders. Ik tikte op het lijstje met antecedenten, dat ik van hem had opgevraagd.
'Allemaal diefstal door middel van braak. Het lijkt mij niet onredelijk om aan te nemen, dat u ook nu weer bezig was om in te breken?'
Hij grinnikte.
'Nee, niet onredelijk.'
'Waarom maakte u het karwei niet af?'
Zijn linkerhand gleed tastend naar de buil op zijn achterhoofd. 'Iemand gaf mij een mep.'
'Wie?'
Hij spreidde beide armen. 'God mag het weten. Ik had net het ruitje eruit getikt, toen ik plotseling een mep op mijn hoofd kreeg. En toen ik weer bijkwam, stonden die dienders naast me.'
Ik bracht hem terug naar de cel en ging op pad. Ik vroeg mij af wie zo'n krachtige man met een enkele klap 'groggy' had geslagen. Ik trof de eigenaar voor de winkeldeur. De wachtcommandant had hem gewaarschuwd.
'Is er iemand die 's avonds op uw zaak let?' vroeg ik.
Hij wees omhoog. 'Boven, daar woont een vrouwtje.'
Ik ging de trap op en belde aan. Ze zag er broos en fragiel uit in een lange roze nachtjapon. 'Heeft u vanavond de politie
gebeld?'
Ze knikte traag en ging mij voor naar een kamer, volgepropt met prulletjes en snuisterijtjes. Ze schoof een pluche gordijn opzij en wees naar een spionnetje. 'Ik zag hem bezig aan de deur.'
'Weet u hoe hij bewusteloos kwam?'
Ze wreef het grijze haar uit haar gezicht en kneep de dunne lippen op elkaar. Ik herhaalde mijn vraag. Even scheen ze te aarzelen, toen liep ze naar een kastje aan de wand en kwam terug met een wollig rechthoekig pakketje.

'Wat is dat?'
'Een steen, een baksteen. Ik heb hem van de buurman beneden gekregen. Als ze inbreken, zei hij, dan gooi je die steen maar naar hun hoofd. Ik vond het toch maar een beetje griezelig. Zo'n kale steen. Ik wil niet graag iemand pijn doen. Ziet u, daarom... ik heb er maar een paar stukken van een wollen deken om genaaid. Dan komt het niet zo hard aan.'
'En dat hebt u vanavond op het hoofd van de inbreker laten vallen?'
Ze knikte. 'Hij ging direct plat. Ik heb toen gauw mijn steen weer opgehaald en de politie gebeld.'
Ze keek naar het pakketje in haar hand. 'Mag ik hem houden, meneer? Je weet nooit of ze nog eens terugkomen.'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week