Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 97

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 2
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Magere Mientje

 

Dit is geen beroep voor de moedelozen. Wie in de rijen van de politie stapt met de gedachte 'kom, nu zal ik even de misdaad gaan bestrijden' kan zich beter aansluiten bij het Leger des Heils, waar men terecht al dankbaar op een strijdend leven terugblikt, wanneer men slechts één zondaar heeft bekeerd.
De meeste mensen hebben een totaal verwrongen beeld van de misdaad en haar bestrijders. Op het televisiescherm komt het altijd als een spektakel op ons af. De superspeurder, het pistool losjes in de holster, tuurt peinzend spiedend naar de onderwereld.

Laaghartige schurken zijn er duidelijk op uit de nobele strijder voor het recht naar de andere (betere?) wereld te helpen. Op het moment van de confrontatie zal het knallen, want een politieverhaal waarin niet op zijn minst twee doden vallen, bezorgt ons een verloren avond.

Ik overdacht dit alles toen ik van de week Magere Mientje weer eens in de cel aantrof. Magere Mientje is een lief, wat spichtig vrouwtje van voor in de dertig, dat in het warrige wereldje van de prostitutie al aan haar derde lustrum bezig is.
Buiten haar onmiskenbare kwaliteiten als prostituée heeft Magere Mientje één zwak. Als bezoekende mannen zo dom zijn om haar een blik te gunnen in een goed gevulde portefeuille, dan wordt de verleiding haar te groot.

In een gewilde combinatie van liefde en afleiding verdwijnt de portefeuille uiteindelijk onder haar matras. Omdat haar tactiek door de jaren heen onveranderd is gebleven, loopt ze steeds tegen de lamp. Ze is dan ook al vele malen als verdacht van beroving ingesloten.

Ik weet niet precies meer hoe vaak ik Magere Mientje in deloop der jaren terzake van zo'n beroving heb verhoord. Ik turf dat niet. Ik weet alleen, dat ik haar altijd met veel zorg en toewijding heb behandeld.
Uit een dwaas sentimenteel gevoel, gedreven door een puriteinse ziel, ben ik van mening dat uit haar best een braaf en gelukkig huisvrouwtje zou kunnen groeien, als ze de prostitutie maar de rug toe keerde. In die geest heb ik ook steeds tegen haar gesproken.

'Dag Mientje,' zei ik. 'Is het weer zover?'

Ze kwam op me af. 'U behandelt mijn zaak?'

'Inderdaad.'
Ze glimlachte breed. 'Ik was gisteravond bij de wachtcommandant voor de balie. Ik vroeg hem wie de berovingen van vannacht behandelde. Toen hij zei dat u het was, heb ik het maar gedaan.'

'Wat?'
'Dat mannetje getild.'
Ik keek haar niet-begrijpend aan. 'Jij tilde dat mannetje omdat ik jouw zaak zou behandelen?'

Ze knikte heftig. 'Ik wou het nog eens horen, weet u, dat ik eigenlijk een goed meisje ben, dat ik best een braaf en gelukkig huisvrouwtje zou kunnen zijn.'

Ze keek naar me op. 'U zegt het altijd zo mooi.'

Ik keek haar verbijsterd aan. 'En daarvoor pleegde je een beroving?'
Ze haalde de schouders op. 'Ik heb het wel voor minder gedaan.'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week